ARGONNE

Dit deel omvat volgende dagtrajecten :

Sainte-Menehould – Apremont :  34,4 km

Apremont – Apremont (rondgang Argonne) : 42 km

Apremont – Marre : 38,2 km

Inleiding over het strategisch belang van de Argonne

Tussen de Maas en Champagne strekt zich de Argonne uit, een bosmassief van veertig km lang en een twintigtal km breed. Het hoogste punt is ongeveer 300 m hoog, het gebied wordt doorsneden door tal van ravijnen. Daardoor vormt het een natuurlijke hindernis.

Bron : Guides illustrés Michelin des Champs de batailles 1914-1918, Verdun, Argonne, Saint-Mihiel, Boulogne-Billancourt, 2014, p. 112

De Argonne was voor de Duitsers belangrijk, want kwetsbaar aangezien hier twee legers naast elkaar lagen : in de Champagne het 4e Duitse leger, in de Argonne het 5e onder aanvoering van de Pruisische kroonprins Wilhelm dat de prestigieuze taak had Verdun in te nemen. De heuvels in dit deel van de Argonne waren niet alleen van belang als springplank naar Parijs maar ook als deel van de omsingeling van Verdun. Tijdens de eerste maanden van de oorlog waren de Duitsers na hun aanvankelijke run op Parijs weer teruggedreven naar het noorden, maar met name in de Argonne gaven zij de aanval niet zo snel op.

C.en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 196

De stellingenoorlog had in de Argonne en vooral bij Vauqois tussen de winter van 1914 en de zomer van 1918 het karakter van een mijnenoorlog, waarbij men voortdurend bezig was tunnels onder elkaar linies te graven en bezorgd te luisteren of de ander daar ook niet mee bezig was. (…).

In september 1918 gingen de Amerikanen hier in de aanval met meer dan 850.000 man. (…). De Duitse troepen, weliswaar gedemoraliseerd door de snelheid waarmee zij teruggedreven werden, waren desalniettemin gedisciplineerd, hadden ervaren officieren en bevonden zich bovendien in goed verdedigbare stellingen. Op de eerste dag werd Varennes ingenomen, op de tweede de zwaar versterkte Butte de Montfaucon. Hierna liep het offensief volledig vast.

C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 255-256