IEPER

Dit deel omvat volgende dagtrajecten :

Ieper – Zonnebeke : 26,7 km

Zonnebeke – Ieper : 15,4 km

Ieper – Mesen : 24 km

Mesen – Armentières : 18,8 km m, circa 20 km met uitbreiding naar Ploegsteert Bos.

Inleiding over de 4 Slagen bij Ieper

Het front bij Ieper, ontstaan in 1914, bleef gedurende de hele oorlog ongeveer hetzelfde – overigens niet bij gebrek aan pogingen er verandering in te brengen.  Ieper ligt in het vlakke Vlaamse land maar is aan drie kanten omringd dor lage heuvels, van Langemark in het noorden tot aan Mesen in het zuiden.  Om dit hoger gelegen gebied werd bij voortduring gevochten.  Aan sporadische perioden van verhevigde strijd gaven latere regeringscommissies in Londen de namen van veldslagen.

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 68-69
Ieperboog kaart

  • Eerste Slag om Ieper (19 oktober – 22 november 1914)
  • Tweede Slag om Ieper (22 april – 15 mei 1915)
  • Derde Slag om Ieper (31 juli – 10 november 1917), ook bekend als Slag om Passendale
  • Vierde Slag om Ieper (9 – 29 april 1918)

De Eerste Slag bij Ieper (1914)

De Britten hadden vanaf 14 oktober 1914 defensieve posities ingenomen ten noorden van Ieper. De Eerste Slag bij Ieper begon op 21 oktober 1914 met de Slag bij Langemark. Deze slag zou aanleiding worden tot de mythe van de Duitse studenten die al zingend sneuvelden onder het vuur van de Britse beroepssoldaten.

Op 31 oktober 1914 moesten de Britten zich terugtrekken tot ter hoogte van Zillebeke en op 1 november 1914 vielen de Duitsers opnieuw aan vanuit Menen in het zuidoosten. Ze waren met 18.000 manschappen duidelijk in de meerderheid, maar konden de 8.000 Britten die hun de toegang tot Ieper ontzegden, niet verslaan. De volgende dag viel de eerste sneeuw over het front. De manschappen groeven zich in en bereidden zich voor op de komende winter. Het Duitse oppercommando besliste op 22 november 1914 het offensief te staken. De Eerste Slag bij Ieper was gestreden. Na de opmars en het vastlopen van de fronten probeerden de tegenstanders keer op keer vergeefs het vijandelijke front te doorbreken. In massa aanvallende onbeschermde troepen werden gestopt door het artillerie- en mitrailleurvuur van de ingegraven verdedigers. Koning Albert weigerde steeds Belgische troepen te laten deelnemen aan die aanvallen. Op Belgisch grondgebied werden na de eerste nog een tweede, een derde en een vierde Slag bij Ieper gestreden.

De Tweede Slag bij Ieper (1915)

De Tweede Slag om Ieper ging op 17 april 1915 van start, met de ontploffing van mijnladingen onder de Duitse stellingen op Hill 60. Tijdens deze slag werd een nieuw wapen gebruikt: chloorgas (22 april 1915). De Tweede Slag bij Ieper kostte de Britten en Canadezen 59.000 gesneuvelden, gewonden en vermisten. Daarna liep het front rond Ieper weer vast, van eind mei 1915 tot 6 juni 1917.

Op 7 juni 1917 herbegon het want die ochtend barstte de Mijnenslag los: met 19 Britse dieptemijnen tussen Hill 60 en Ploegsteertbos die daar in het voorbije anderhalf jaar aangelegd waren tot onder de Duitse stellingen. Wijtschate, Mesen, Hill 60 worden door de Britten heroverd. Dat wass de inleiding tot de  eigenlijke Derde Slag bij Ieper.

De Derde Slag bij Ieper (1917)

De Derde Slag bij Ieper liep van 31 juli tot 10 november 1917 en verliep als een reeks van lokale gevechten met als laatste de Slag om Passendale. In deze slagen stonden bijna één miljoen manschappen tegenover elkaar. Het doel was de Duitse linies te doorbreken om de Duitse duikboothavens Oostende en Brugge te veroveren. De Britten vuurden 4,3 miljoen granaten af, samen 107.000 ton. Het Brits Imperium verloor 245.000 doden, gewonden en vermisten.

De Vierde Slag bij Ieper (1918)

De Vierde Slag bij Ieper, ook Slag aan de Leie geheten, was het gevolg van de Duitse lenteoffensieven, ultieme pogingen om de krijgskansen te doen keren na het wegvallen van het Oostfront

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Duitse_opmars_door_Belgi%C3%AB_tijdens_de_Eerste_Wereldoorlog

“The Salient” was gehaat en gevreesd.  Op het hoger gelegen land had het keizerlijke leger, onder prins Rupprecht van Beieren, een immense hoeveelheid veldgeschut opgesteld om de ingesloten Britten, wier bewegingen op de voet te volgen waren, dag en nacht te bestoken.  Op de heuvels was het een stuk droger dan beneden, en de Duitsers hadden het zich betrekkelijk gemakkelijk gemaakt met goed geconstrueerde loopgraven waarin enige drainage was aangebracht.  Zo de Engelsen al verdedigingswerken hadden willen bouwen, was in de lage delen van de Salient geen drainage mogelijk.  De kleigrond hield het water vast; de sluitzen van Nieuwpoort stonden open om het verdedigingsgebied voor de IJzer onder water te houden, de sloten en kanalen lieper over, de dijken werden kapotgeschoten.

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 69

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s