IEPER – MESEN

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand van dit traject:    24 km

GR 131 volgen

Van aan de Menenpoort tot Zillebeke volgen we de GR 131.

GR 131 verlaten

GR 131 verlaten in Zillebeke en Werviksestraat volgen.

GR 128 volgen

GR 128 volgen tot Spanbroekmolenkrater.

Hill 60

Hill 60 ligt nabij de spoorweg Ieper-Kortrijk (Spoorlijn 69), langs de Zwarteleenstraat. De heuvel is circa 60 meter hoog en 230 meter lang. Eigenlijk is deze heuvel opgebouwd uit grond die vrijkwam bij de aanleg van de spoorweg. De oorlogssite van Hill 60 is bewaard gebleven en kan vrij bezocht worden. Vlakbij was het Hill 60 museum gevestigd in een typisch Belgisch café. Dit museum/café is nu gesloopt en er is een restaurant voor in de plaats gekomen. De kijkkastjes van het museum zijn ook niet meer aanwezig, deze zijn privé-bezit. Hill 60 is onderdeel van de zogenaamde Hoogte van Wijtschate-Zillebeke waar ook de Helling van Mesen, Helling van Wijtschate en Hill 62 deel van uitmaken.

Op 10 december 1914 werd Hill 60 veroverd door het Duitse leger. De Britse 171e Tunneling Company begon echter in februari 1915 tunnels onder de Hill te graven. In april 1915 waren de tunnels klaar en waren zes mijnen geplaatst onder de Duitse posities. Op 17 april 1915 om 19.05 uur werden de mijnen tot ontploffing gebracht. De explosies duurden ongeveer tien seconden en verwoestten de verdedigingswerken van de Duitsers. Een Britse soldaat die boven de borstwering keek werd gedood door rondvliegend puin. De Britten konden Hill 60 innemen, zij verloren hierbij zeven man. De overwinning was echter van korte duur, op 18 april werden de Britten na een nachtelijke Duitse aanval weer verdreven van de heuvel. Britse versterkingen zorgden voor een nieuw offensief, en met succes: de heuvel kwam weer in Britse handen.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Hill_60

Op 7 juni 1917 brachten de Britten 22 mijnen tot ontploffing in de zogenaamde Mesenboog. 19 daarvan explodeerden daadwerkelijk en zo begon de Slag om Mesen (zie verder). Onder Hill 60 explodeerde 24.267 kilo springstof en onder “The Caterpillar” 31.752 kg. Informatie over de mijnenslag van 1917 : zie verder op het einde van het traject bij “Messine Ridge”

Hill 60

Zicht vanop Hill 60 in de richting van Zillebeke, 6 juli 1917.

In 2010 werd een speelfilm gerealiseerd onder de titel Beneath Hill 60. De trailer hiervan is te zien op : https://www.youtube.com/watch?v=uYOpCJCl5L4

deheuvel

Willy Spillebeen schreef een boek “De Heuvel”, in 2002 uitgegeven door het Davidsfonds, over de strijd rond Hill 60.  Een Vlaamse familie staat hierbij centraal. Zij wonen in Zwarteleen vlakbij Hill 60. In deze geromantiseerde geschiedschrijving komen ook enkele bevelvoerders aan bod : de Britse officier die de leiding heeft over de eenheid ‘tunnelers’ en een Duitser aan het hoofd van de ‘Gaspioniere’, gelast met het aanbrengen van chloorgascilinders in de heuvel.

Caterpillar-krater

Deze heuvel was, net als Hill 60 ontstaan toen de spoorlijn Ieper-Komen werd uitgegraven.  Een “caterpillar” is een rups.  De Britten gaven de kunstmatige heuvel deze naam omwille van zijn kronkelende vorm op de stafkaarten.  De krater hier is zoals de krater van Hill 60 een overblijfsel van de Mijnenslag van 7 juni 1917.  De ondergrondse dieptemijnen die verantwoordelijk zijn voor beide kraters lagen dertig meter onder de grond, elk in een afsplitsing van de grote Berlin tunnel die in 1916 afgewerkt was.

Bron : D. Dendooven, Van The Bluff naar die Grosse Bastion, Provincie West-Vlaanderen

Informatie over de mijnenslag van 1917 : zie verder op het einde van het traject bij “Messine Ridge”

Palingbeek en Instappunt Zuid

De Palingbeek is een natuurgebied,van meer dan 230 ha groot dat rond het oude kanaal Ieper-Komen ligt. Het gebied bevindt zich op de waterscheidingskam tussen de bekkens van de IJzer en de Schelde, via de Leie. Men wenste een kanaal te graven dat de Leie zou verbinden met het Ieperleekanaal. In 1864 vingen de werkzaamheden aan. Probleem was dat men de tot 63 m hoge heuvelrug ten zuiden van Ieper moest doorsnijden. Men trachtte dit te bereiken hetzij met de aanleg van tunnels dan wel het graven van een diepe sleuf. De bodem was echter zeer instabiel en bestond uit een zandlaag die op klei was gelegen. Voortdurend stortten de constructies in. Ook een over het kanaal aangelegde brug verzakte en brak. In 1913 staakte men de werkzaamheden. Eén jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit, waarna de werkzaamheden nimmer werden hervat. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de Palingbeek aan het front van Ieperboog. Zowel Britten als Duitsers bouwden hier stellingen uit. De Britten noemden de steile noordelijke oever van het kanaal The Bluff. In de loop van de oorlog werd hier regelmatig ondergronds oorlog gevoerd, waarbij beide kampen via ondergrondse mijnen probeerden de vijandelijke stellingen uit te schakelen. De oevers wisselden regelmatig van bezetter. Verschillende betonnen constructies uit die periode zijn bewaard in het gebied.

Wat van het kanaal bleef bestaan was een 3 km lange sleuf die geleidelijk aan in bezit werd genomen door de natuur. Deze Palingbeek, met het omliggende bos (Molenbos en landgoed De Vierlingen) van meer dan 200 ha en bovendien nog 30 ha open landschap, werd in 1970 ingericht als provinciaal domein. Het omvat onder meer een bezoekerscentrum. Een aantal wandelingen is in het gebied uitgezet.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Palingbeek

Er bevindt zich ook een instappunt, centraal binnen het domein Het biedt informatie over het volledige zuidelijke deel van de frontboog, van Hill 60 tot Sint-Elooi. Op houten wandelpaden en trappen kan men de omgeving verkennen. In het instappunt Zuid komen twee thema’s aan bod.

  1. De vorming en de evolutie van de Zuidelijke Salient. Een film illustreert, op basis van archiefbeelden, hoe het landschap in de zuidelijke Ieperboog werd omgevormd.
  2. De ondergrondse oorlog.

Hedge Row Trench Cemetery

Hedge Row Trench, een letterlijke vertaling van de oude Vlaamse benaming “Hagereke”, verwijst naar de verbindingsloopgraaf die hier lag.  Bij het betreden van de kleine begraafplaats valt op dat de grafstenen in een geometrische vorm staan.  Het Offerkruis staat centraal, terwijl de grafstenen in een cirkel en vierkant eromheen staan.  Een nadere kijk op de grafstenen verklaart waarom : bovenaan staat te lezen “known to be buried in this cemetery”.  Deze grafstenen duiden dus geen graven aan maar zijn zogenaamde “special memorials”.  De begraafplaats kwam tot stand tussen maart 1915 en augustus 1917.  Latere artilleriebeschietingen maakten de individuele graven onherkenbaar. Op vraag van de Commonwealth Graves Commission werden de jonge bosjes met zilverberken in een ronde vorm in de omgeving aangeplant, dit om de vele mijnkraters in dit gebied te symboliseren.

Bron : D. Dendooven, Van The Bluff naar die Grosse Bastion, Provincie West-Vlaanderen

Spoilbank Cemetery

De naam van deze begraafplaats komt van de uitgegraven aarde (spoil banks – baggerhopen) van het kanaal van Ieper naar Komen, die gebruikt werd voor de oevers van dit kanaal,(dat nooit gebruikt werd). Deze begraafplaats werd ook nog Chester Farm Lower Cemetery of Gordon Terrace Cemetery genoemd. Hier werden van februari 1915 tot maart 1918 vooral manschappen van het 2nd Suffolks Regiment begraven die sneuvelden bij de verdediging van The Bluff.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Spoilbank_Cemetery

Restanten kasteel

Hier stond een kasteel, opgetrokken in Renaissancestijl met witte zandsteen, eigendom van de familie Mahieu. Tijdens de oorlog werd dit kasteel door de Britten ‘White Chateau’ genoemd en bij de Duitsers ‘Bayernschloss’ (ter nagedachtenis aan het 2de Beieren Korps dat het kasteel in november 1914 veroverde). Het kasteel bleef in Duitse handen tot het op 7 juni 1917 werd bestormd en veroverd door het 6de en 7de bataljon van het London Regiment (47ste divisie). Tijdens het Duitse Lente-Offensief zou het kasteel opnieuw in Duitse handen vallen, tot het tijdens het Geallieerde Eindoffensief definitief veroverd zou worden.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Restanten kasteel (Hollebeke – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed.  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96094

white_chateau oorspronkelijk

white_chateaux

Het kasteel werd gebouwd in 1901-1905 door de weduwe van Auguste Mahieu, een Franse industrieel uit Armentières. Beide zonen van de eigenares dienden als Franse staatsburgers in het Franse leger. De oudste, August Mahieu (29) zou in 1916 sneuvelen bij Verdun. De jongste, Michel (27) zouden als commandant-vlieger van een escadrille neergeschoten worden in mei 1918. Daardoor had het familiefortuin (en het domein) geen rechtstreekse erfgenamen. Het domein kwam in handen van een neef die er na de oorlog een riant landhuis liet optrekken. Later werd het domein verkocht, het terrein ingericht als golfclub en het landhuis werd clubhuis. Eind mei 1940 leverden Britten en Duitsers hier opnieuw slag, weliswaar kort maar hevig en daar draagt dat landhuis nog enkele sporen van.

Bron : http://users.telenet.be/blindganger/White%20Chateau.htm

Oosttaverne Wood Cemetery

De Britten gaven de naam “Oosttaverne Line” aan de Duitse verdedigingslinie die vanaf de Leie noordwaarts liep naar het kanaal Ieper-Komen en net ten oosten van het gehucht Oosttaverne. De linie werd op 7 juni 1917 bij de Mijnenslag veroverd. De 19th (Western) Division en de 11th Division namen het gebied en het nabijgelegen bos in en men begon toen met de aanleg van de begraafplaats.

In de Tweede Wereldoorlog werden er nog eens 117 Britten begraven die sneuvelden tijdens de geallieerde terugtrekking naar Duinkerke in mei 1940. Aanvankelijk bevond zich in de nabijheid ook een Duitse begraafplaats met ongeveer 1100 gesneuvelden, maar deze werd in de jaren 50 ontruimd en de graven werdenverplaatst.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Oosttaverne_Wood_Cemetery

Bayernwald

Bayernwald ( ‘Croonaertbos’) was gelegen op een hoogte van ca. 40m, een strategisch belangrijke positie, waarvoor reeds in november 1914 zwaar slag geleverd werd tussen Duitse (Beierse) en Franse troepen. De Duitsers konden het gebied veroveren, waarop kroonprins Rupprecht von Bayern zijn naam verleende aan de plaats, waar de Duitsers de komende jaren een verdedigingssysteem zouden uitbouwen. Wat vandaag de dag zichtbaar gemaakt is op de site (loopgraven en bunkers), maakt slechts 10% uit van wat ‘Bayernwald’ en het Duitse verdedigingssysteem in 1917 ooit geweest was. Het perceel akkerland, aan de overkant van de huidige toegangsweg naar de site, maakte in 1914 deel uit van Bayernwald. De Duitsers brachten hier 3 oorlogswinters in heel moeilijke omstandigheden door. Door de hoge grondwaterstand werden de loopgraven vooral opgebouwd uit zandzakken. De vele beschietingen maakten er een zompig en chaotisch geheel van. Daarom begonnen de Duitsers in het voorjaar van 1916, op de huidige site Bayernwald, met de aanleg van een goed verdedigbare 2de lijn, met ingegraven loopgraven en bunkers. De materialen werden met een smalspoorlijn tot op de site aangevoerd. In februari 1917 trokken de Duitsers zich dan bijna volledig op deze nieuwe frontlijn terug. Vandaag de dag is ook nog een verbindingsloopgraaf naar een voorpost bewaard gebleven.

De Duitsers vreesden dat de Britten ondergronds bezig waren hun stellingen te ondermijnen. Vandaar dat ze poogden om metersdiepe luisterschachten uit te graven, waarlangs ze de Britse werkzaamheden beter konden volgen en er desnoods ‘gepast’ op konden reageren. De luisterschachten kregen de naam ‘Berta’ met zich mee (6 in het totaal). ‘Berta 4’ werd bij toeval door de familie Becquart ontdekt in 1971. ‘Berta 5’ werd recent blootgelegd en geïntegreerd in de site. De Duitsers ondernamen evenzeer tientallen raids op de Britse stellingen, om te zien wat die van plan waren. Maar de dieptemijnen, die op 7 juni 1917 tot ontploffing gebracht werden, waren elders geplaatst (zoals de nabijgelegen 3 mijnladingen nabij de ‘Hollandse Schuur’). Na de Mijnenslag belandde Bayernwald ver achter de Britse linies. In het voorjaar van 1918, tijdens de zogenaamde Slag om de Kemmelberg (Duits Lente-Offensief) heroverden de Duitsers hun stellingen nabij het Croonaertbos. Het bos werd uiteindelijk op 28 september 1918 definitief door eenheden van de Britse 34ste divisie heroverd.

Vanaf 1972 werd de site toeristisch opengesteld door André Becquart, die na de ontdekking van de mijnschacht in 1971 met een graafmachine een netwerk van ‘loopgraven’ liet aanleggen tussen de mijnschacht en de bunkers. De voorbije jaren voerde ABAF (‘Association for Battlefield Archaeology in Flanders’) archeologisch onderzoek uit op de site en legde de oorspronkelijke loopgraven bloot. De site werd ontsloten met de hulp van de Provincie West-Vlaanderen (‘Oorlog en Vrede in de Westhoek’), het Europees programma voor plattelandsontwikkeling en de Vlaamse Gemeenschap en werd officieel opengesteld op 17 april 2004.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Site Bayernwald (Wijtschate – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed.  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96123

Om Bayernwald te bezoeken dienen bezoekers zich eerst aan te melden in het Toeristisch bureau te Kemmel.

Informatie op : http://toerisme.heuvelland.be/toerisme/850-www/232-www/299-www.html

Mijnkraters in het Petit Bois

Reeds vanaf de zomer van 1915 waren in de omgeving van Petit Bois verschillende mijnladingen tot ontploffing gebracht. Op 16 december 1915 startte de ‘250th Tunnelling Company’ met een diepteschacht bij de ruïnes van ‘Vandamme Farm’, van waaruit een 17m lange galerij kon vertrekken. Eind januari werd beslist om de schacht uit te diepen tot 32m. De oude aanzet werd gebruikt voor de installatie van een waterpomp. Om het tempo wat te verhogen, probeerde men een aangepaste boormachine,gebruikt in sommige Britse koolmijnen, over te brengen en te installeren, een onderneming die maar heel moeizaam verliep. Ondertussen werd een tweede schacht uitgegraven tot 27m, met een speciale kamer om het gevaarte te assembleren. Toen het eindelijk gelukt was om de machine op te starten, bleek dat deze in panne viel en opnieuw uitgegraven moest worden. Na drie pogingen om de machine opnieuw op te starten, werd afgezien van dit plan. Ondertussen bleken de graafwerkzaamheden in de oorspronkelijke galerij vrij vlot te verlopen. Na 550m werden de Duitse linies bereikt, om nog eens 100m verder Y-vormig uit te lopen onder Petit Bois. In de vroege morgen van 10 juni 1916 lieten de Duitsers 2 krachtige ladingen tot ontploffing brengen, waarvan de meest noordelijke zich vrijwel boven de Britse hoofdgalerij bevond en deze over 75m deed instorten. Hierdoor raakten 12 mannen op een diepte van 30m afgesloten in een tunnel van 1,3m hoog en amper 0,9m breed. Slechts 1 ‘tunneler’ kon het avontuur overleven, door zich stil te houden en zo weinig mogelijk zuurstof te verbruiken. Zijn makkers liggen begraven op Kemmel Chateau Military Cemetery. De herstellingswerken aan de galerij duurden verschillende weken. Uiteindelijk konden de mijnladingen op 30 juli en 15 augustus 1916 geplaatst worden in 2 kamers. De Duitsers die vermoedden dat de Britten aan het graven geslagen waren, maar de exacte positie van de mijnen niet konden situeren, lieten eind augustus vanuit de krater van 10 juni 3 nieuwe ladingen tot ontploffing brengen, die van de Britten heel wat herstellingswerken vergden. Ook later lieten de Duitsers nog ladingen tot ontploffing brengen, die schade berokkenden aan de galerijen. In de volgende maanden werden eveneens nog een ‘subway’, met toegang tot de mijngalerij en een aantal ondergrondse brigade- en bataljonhoofdkwartieren gegraven. De mijnladingen bij Petit Bois veroorzaakten op 7 juni 1917 2 kraters met een diameter van 66,1 (diepte 14m) respectievelijk 53,3m (diepte 14,9m).  Informatie over de mijnenslag van 1917 : zie verder op het einde van het traject bij “Messine Ridge”.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Mijnkrater 7/6/1917 Petit Bois 2 (Wijtschate – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed.  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96105

Tegentunnel in het Kampagnebos

Vanaf begin 1916 waren de geallieerden reeds volop aan het graven onder de Duitse stellingen. De Duitsers waren hiervan op de hoogte. Ze startten de bouw van 29 verticale schachten die uitliepen in horizontale tunnels. Via deze tegentunnels probeerden, ze de Britse aanvalstunnels te counteren. Eén van die gemetste schachten, genaamd Dietrich, ligt in het Kampagnebos. De restanten van de schacht en een bunker werden blootgelegd en voor het publiek ontsloten.

Bron : http://www.wo1.be/nl/db-items/duitse-schacht-in-het-kampagnebos

Ierse onafhankelijkheidsstrijd in de Eerste Wereldoorlog

William Redmond was een Iers nationalistisch politicus,  parlementslid voor de Irish Parliamentary Party en hevig bepleiter van Ierse zelfstandigheid (Irish Home Rule). Wegens diverse gewelddadige confrontaties met de unionisten werd hij meermaals uit het Lagerhuis verwijderd. De unionistische leider Edward Carson richtte de Ulster Volunteers op om de “Home Rule” desnoods met wapens te bestrijden.

Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kon de “Home Rule”  niet uitgevoerd worden. In de hoop dat Engeland na de oorlog de wet alsnog onverkort zou toepassen spoorde Redmond de leren aan om als vrijwilligers mee te strijden met Engeland. Zelf vertrok hij als kapitein bij het Royal Irish Regiment naar het front in Frankrijk en Vlaanderen.  Carson deed niet onder en roept zijn militieleden op om zich te melden.  Dat leidde tot de vorming van de Ulster-divisie.

Tijdens de Mijnenslag streden de Irish en Ulster divisies naast elkaar.  Een unionistische Ulster Volunteer, John Meeke, werkte als ambulancier.  In Ierland waren Redmond en Meeke tegenstanders maar hier hadden ze een gemeenschappelijke vijand.  Redmond werd geraakt.  Meeke probeerde hem uit de frontlinie weg te halen maar raakte daarbij zelf gewond.  Redmond werd afgevoerd en verzorgd maar stierf in Dranouter.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/William_Redmond

Willia Redmond

Omslag van: Terende Cenman,  A Lonely Grave: The Life and Death of William Redmond, Irish Academic Press,1915

In 2007 werden herdenkingsstenen geplaatst langs de Wijtschatestraat : “36th & 16th Div Memorial Stones”.

Mijnkrater Spanbroekmolen

De Spanbroekmolenkrater, ook wel ‘Lone Tree Crater’ of ‘Pool of Peace’ geheten, heeft een diameter van 76m en een diepte van 12m.

Sinds de Tweede Slag bij Ieper (voorjaar 1915) was de frontlinie vrij stabiel gebleven, waarbij de Duitsers ‘vrij comfortabel’ vanuit de hoger gelegen posities de geallieerden domineerden en in het oog konden houden. Een strategisch voordeel van jewelste, dat de Britten in hun voordeel trachtten om te buigen

Stuwkracht achter de idee om de vijand op grote diepte te ondergraven, was de vrij excentrieke Brit Norton Griffiths. De eerste graafwerkzaamheden startten in de zomer van 1915 bij Hill 60, met het uitgraven van de zogenaamde ‘Berlin Tunnel’ door de ‘175th Tunnelling Company’. Zonder dat hij weet had van de plannen van Griffith, zou ook Major Cropper van de ‘250th Tunnelling Company’ in december 1915 gestart zijn met graafwerkzaamheden voor dieptemijnen rond Wijtschate. Ondertussen werden deze ideeën overgenomen door de legerstaf en geïntegreerd in de plannen om een doorbraak rond Ieper te forceren. Uiteindelijk zouden er op 7 juni 1917 tussen Hill 60 en ‘The Birdcage’ (ten Z van Warneton) 19 dieptemijnen tot ontploffing gebracht worden. Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders slaagden er in de heuvelkam Wijtschate-Mesen te veroveren. Maar de geallieerden maakten geen gebruik van de bres die ontstaan was, en wachtten zoals gepland af tot eind juli om aan hun groots offensief te beginnen (Derde Slag om Ieper).

De ‘Spanbroekmolenkrater’ is ongetwijfeld de bekendste van alle mijnkraters die ontstonden op 7 juni 1917. De Duitsers hadden deze hoogte, waar voor de oorlog een molen stond, tot een bolwerk versterkt. De graafwerkzaamheden waren vanaf januari 1916 gedaan door zgn.Tunnelling Companies. De 171st Tunnelling Company kon op 28 juni 1916 91.000 pond (41.314 kg) ammonal plaatsen in een kamer, die via een tunnel van 520m verbonden werd. De 171st Tunnelling Company kreeg daarna de opdracht om vanuit de Spanbroekmolen-tunnel het Duitse steunpunt ‘Rag Point’ te ondermijnen, dat 1100m verder lag. Uiteindelijk werden deze graafwerkzaamheden stilgelegd, toen Duitse mijnen de werkzaamheden serieus hinderden en de lading onder de Spanbroekmolen in gevaar brachten. Op 3 maart 1917 lieten de Duitsers 3 zware mijnladingen vanuit galerijen van de ‘Ewald’-schacht tot ontploffing brengen, met als gevolg dat de Britse constructie over een lengte van meer dan 120m instortte. Toen de ‘tunnellers’ poogden om een ‘bypass’ uit te graven, hadden ze af te rekenen met mijngas, waarbij 3 manschappen het leven lieten. Maar de Duitsers lieten ook de herstellingswerken niet ongemoeid. Pas op 6 juni 1917, slechts enkele uren voor de ‘Big Bang’, kon alles in gereedheid gebracht worden voor een ‘succesvolle’ explosie.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Mijnkrater 7/6/1917 Spanbroekmolen (Wijtschate – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96021

Spanbroekmolen before1914

De Spanbroekmolen voor 1914

Informatie over de mijnenslag van 1917 : zie verder op het einde van het traject bij “Messine Ridge”

GR 128 verlaten

GR 128 verlaten en de Kruisstraat volgen tot Mesen.

Messine Ridge : de slag om Mesen

Mesen was ingenomen op 1 november 1914 door de Duitsers omwille van zijn strategisch belang. Als men Mesen bezat, kon men de hele streek aan de west- en zuidkant min of meer domineren: Mesen ligt op een 80 meter hoge heuvel.

De Tweede Slag om Mesen viel op 7 juni 1917. Tussen 30 oktober en 3 november 1914 was er al zeer veel gevochten rond Mesen, ook bekend als Eerste Slag om Mesen, eigenlijk een bedrieglijke naam, want de meeste gevechten waren in Wijtschate.

In voorbereiding van de Tweede Slag hadden de Britse troepen, onder leiding van generaal Plumer, bijna anderhalf jaar tunnels gegraven om tot onder de stellingen van de Duitsers te geraken.

Battle_of_Messines_-_Map

De aanval was eigenlijk al ingezet op 3 juni met hevige bombardementen die aanhielden tot 7 juni. Toen lagen er al 100.000 soldaten van het Tweede Leger van de Engelsen klaar om aan te vallen. Het was een heldere nacht en de maan scheen. Plots vielen de Engelse bombardementen stil, de Duitsers waren geschrokken en begonnen zelf te schieten. Twintig minuten later, in de vroege ochtend (3.10 uur) brak de hel los: 19 mijnen explodeerden. In totaal was er 431.700 kilogram explosieven (ammonal). De schok voelde aan als een aardbeving, volgens sommige verslagen kon men deze voelen tot in Parijs en kon Lloyd George, de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk, het horen in Londen.

Met de daarop volgende aanval konden de Britten en de Australiërs de heuvelkam Mesen-Wijtschate veroveren. Vooral het Tweede Leger van de Engelsen, onder leiding van Plummer maakte vlug vooruitgang. De slag was op 14 juni 1917 afgelopen. Het dodental was enorm: ongeveer 25.000 Duitse en 17.000 Britse soldaten. Maar de positieve sfeer bij de Geallieerden kon niet kapot: voor de eerste keer aan het westelijke front waren er meer doden aan de kant van de verdedigers dan aan de kant van de aanvallers. Na deze aanval hadden de Geallieerden 7 kilometer terreinwinst: in de loopgravenoorlog van 14-18 was dat een groot succes.

De Engelsen hebben het altijd over “The Battle of Messines Ridge”. Toch zou het ook logisch zijn om “The Battle of Wytschaete” te zeggen. De Duitsers schrijven ook meestal “der Schlacht am Wytschaete-Bogen”, omdat Wijtschate in het midden van het veroverde gebied lag. Maar het probleem voor de Engelsen was dat bij Wijtschate het 16e Ierse Divisie Regiment lag – een katholiek Iers regiment. De Engelsen wilden niet dat de Ieren met de eer zouden gaan lopen, daarom kozen ze Messines als benaming, en dat is dan ook overgenomen door de Nederlandstalige geschiedschrijvers, maar dan als Mesen.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_Slag_om_Mesen

Mesen werd op 7 juni 1917 heroverd door Nieuw-Zeelandse troepen.  De meeste grafstenen op Messines Ridge British Cemetery herinneren aan Nieuw-Zeelandse en Australische soldaten.  Velen waren nog maar pas gemigreerd toen de oorlog hen terugriep.  Op de herinneringsmuur staan ook verwijzingen naar een Maori-bataljon.

New Zealand Memorial Park

Site met gedenkteken, gewijd aan de Nieuw-Zeelandse divisie en 2 Duitse betonnen militaire constructies.

Tijdens deze Slag om Mesen zouden 914 Nieuw-Zeelandse militairen de dood vinden, waarvan er 537 niet meer geïdentificeerd konden worden. Zij worden herdacht op het “New Zealand Memorial to the Missing”, aan de ingang van het “Messines Ridge British Cemetery”. In het  “New Zealand Memorial Park”  staat het gedenkteken voor de Nieuw-Zeelandse.

De 2 Duitse bunkers in het “New Zealand Memorial Park” markeren de Duitse 1ste linie vooraleer de Mijnenslag van 7 juni 1917 losbarstte. Ze maakten deel uit van het Duitse verdedigingssysteem dat op Britse militaire stafkaarten aangeduid staat met “Uhlan”. Vanaf de richel konden de Duitsers de lager gelegen vijand onder vuur nemen.

De andere bunker is opgetrokken met betonblokken, die met mekaar bevestigd waren via ronde staven. Na de oorlog waren dergelijke betonblokken een gegeerd bouwmateriaal voor de plaatselijke bevolking, waardoor bunkers of schuilplaatsen die met betonblokken opgebouwd zijn, een zeldzaamheid geworden zijn.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: New Zealand Memorial Park. In Inventaris Onroerend Erfgoed.  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/32790

Ierse Vredespark

‘The Island of Ireland Peace Park’ of het ‘Ierse vredespark’ wil een nationaal gedenkteken zijn waarbij alle Ieren herdacht worden die omgekomen waren tijdens de Eerste Wereldoorlog, en dit zonder rekening te houden met afkomst, religie of militaire eenheid.

Aan de basis ligt ‘A Journey of Reconciliation Trust’, een vereniging(opgericht in oktober 1998) waarin een groep mensen zetelt, afkomstig uit zowel de Republiek als uit Noord-Ierland, met zowel katholieke/nationalistische als protestantse/unionistische achtergronden. Met hun vredespark willen ze verwijzen naar de Mijnenslag van 7-14 juni 1917, toen de 2 belangrijkste Ierse eenheden,,de katholieke ‘16th (Irish) Division’ en protestantse ‘36th (Ulster) Division’ zij aan zij vochten in de omgeving van Wijtschate. De toren werd evenwel gebouwd op een paar kilometers verwijderd van de plaats waar hij zich historisch gezien eigenlijk had moeten bevinden.

Er werd gezocht naar een typisch Iers symbool, dat echter geen van beide partijen tegen het hoofd kon stoten. De ‘Round Tower’ is gebaseerd op de torens, die vermoedelijk in de 10de eeuw werden gebouwd door de Kelten als verdedigingswerk tegen de Vikingen. Toen was nog geen sprake van verdeeldheid op het eiland. Vandaag de dag zouden er nog een 65-tal in Ierland bewaard gebleven zijn. De stenen waarmee de toren aan de buitenkant is opgetrokken, zijn afkomstig van het ‘St.Mary’s Hospital’ te Mullingar dat werd afgebroken. Dit hospitaal werd gebouwd tijdens de grote hongersnood die het eiland teisterde tussen1846 en 1849, waarbij minimum 1 miljoen Ieren door honger en ontbering omgekomen zouden zijn en nog eens een miljoen Ieren geëmigreerd.

De onvolledige, cirkelvormige aarden wal aan de Z-kant van het park verwijst naar de prehistorische cirkelvormige ringforten die her en der in Ierland worden aangetroffen. De beplanting van het park bestaat voor een groot deel uit taxussen, een typische funeraire boom, die in het Engels ook wel eens wordt aangeduid met ‘Irish Yew’.

De toren werd voor een groot deel opgetrokken met medewerking van jongeren met zowel katholieke als protestantse achtergrond. De werkzaamheden startten in mei 1998. Op 11 november 1998 werd het vredespark ingehuldigd door de Ierse president McAleese, in aanwezigheid van de Queen Elizabeth II en Koning Albert.

De toren is 30,5m hoog en heeft een diameter van 6,3-4,9m, met een kegelvormig dak. De binnenmuur van de toren is opgetrokken in volle betonblokken. Het grootste deel van de buitenbekleding van de toren bestaat uit Ierse breuksteen. Binnenin de toren zijn de ‘war memorial books’ van John French (1922) terug te vinden van ca. 49.000 Ierse mannen die stierven tijdens WOI. Op de vloer van de toren is het volledige Ierse eiland gegrift, zonder enige scheidingsgrens.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Iers Vredespark met toren (Mesen – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96010

Sint-Niklaaskerk : Otto Meyer, Samuel Frickleton en een romaanse crypte

Het kerkgebouw, met de koepelvormige toren die reeds van ver te zien is, werd in 1928 heropgebouwd maar dateert reeds van 1057. De kerk diende oorspronkelijk als abdijkerk voor het klooster van de orde van Sint-Benedictus en werd opgericht door Gravin Adela van Frankrijk. De geelkoperen kroonluchter en de wandlampen werden ontworpen en geschonken door Otto Meyer, een Duitse oud-strijder, die de Mijnenslag van juni 1917 overleefde. Hij ontwierp eveneens de roos, die o.m. op de gedenkplaten in de kerk terugkomt. De lange, gebogen stengel staat symbool voor het front. De 4 blaadjes staan symbool voor de 4 slagen om Ieper. Het bovenste blaadje stelt de ‘Slag bij Mesen’ of ‘Mijnenslag’ voor. De romaanse crypte uit de 11de eeuw is het enige geklasseerde monument van Mesen. In de crypte bevindt zich een gedenkplaat ter ere van Gravin Adela van Frankrijk. De crypte, die als hospitaal fungeerde en waarvan de buitenmuren de oorlog overleefden, werd in 1931 in haar oorspronkelijke staat hersteld. Gravin Adela was de dochter van Robert de Vrome (koning van Frankrijk), echtgenote van Boudewijn V (graaf van Vlaanderen) moeder van Mathilda (koningin van Engeland) en dus “stammoeder” van het Britse koningshuis.

Samuel Frickleton

Aan de kerk bevindt zich ook een herdenkingsplaat voor Samuel Frickleton. Tijdens de Slag om Mesen in 1917 raakte hij gewond maar slaagde er toch in om twee Duitse mitrailleursnesten vlakbij de kerk uit te schakelen.  Op deze wijze redde hij niet alleen zijn eigen leven maar ook dat van veel anderen.  Hij overleefde de Slag bij Mesen en ontving een Victiora Cross.

Bronnen : http://www.mesen.be/ en Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Gedenkplaat Otto Meyer (Mesen – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96008

Mesen

Overnachtingsmogelijkheden : zie http://www.mesen.be/website-default/104-www.html?branch=1&language=1