ZONNEBEKE – IEPER

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand van dit traject: 15,4 km

GR 128 volgen

GR 128 volgen tot aan de Herenthagestraat.

Polygoonbos “Den Doel””

Voor de oorlog werd het Polygoonbos gebruikt als militair oefenterrein.  Na de eerste schietoefeningen regende het klachten van de omwonenden die zich niet meer veilig voelden.  Om die reden werd in de noordoostelijke hoek van het bos een aarden heuvel aangelegd om de kogels op te vangen.  De heuvel kreeg van de omwonenden de naam  “doel” of “butte”.

Polygoonbos Den Doel

Polygoonbos met “doel” of “butte” september 1917.

Het Polygoonbos was omwille van zijn ligging op de Midden-West-Vlaamse Heuvelrug een belangrijk steunpunt van de “Ypres Salient”. Tijdens de Eerste Slag om Ieper werd het bos volledig verwoest en bleef het in handen van de Britse troepen tot 2 mei 1915. Na de Tweede Slag om Ieper (eind april 1915) konden de Duitse troepen het bos twee jaar lang behouden en legden er een begraafplaats aan. Tijdens de Derde Slag om Ieper konden Australische divisies in september 1917 de bossen rond Zonnebeke veroveren. Vanaf dat ogenblik werd de Polygon Wood Cemetery aangelegd in de nabijheid van de Duitse militaire begraafplaats. In februari 1918 arriveerden de Nieuw-Zeelanders maar moesten zich tijdens het Duitse lenteoffensief uit het bos terugtrekken. Tijdens het geallieerde eindoffensief werd het op 28 september 1918 heroverd door de 9th (Scottish) Division. De Duitse begraafplaats werd in 1955 ontruimd. Na de wapenstilstand werden nog vele slachtoffers uit de omliggende slagvelden naar het aanpalende Buttes New British Cemetery, Polygon Wood overgebracht. Daar bevinden zich ook het Memorial of the Fifth Australian Division en de Buttes New British Cemetery (N.Z.) Memorial, Polygon Wood.

Polygon Wood Cemetery vormt zowel inhoudelijk als op architecturaal vlak één geheel met het vlakbij aangelegde Buttes New British Cemetery.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Polygon_Wood_Cemetery

Black Watch Memorial

Op 11 november 1914 werden de Duitse troepen hier tot staan gebracht in hun poging om Ieper in te nemen. De vorming van de Ieperboog werd daardoor een feit. Dit leidde het einde in van de Eerste Slag om Ieper. Het monument, een meer dan levensgroot beeld van een Black Watch sergeant met een Lee Enfield geweer, werd geplaatst op een locatie die in 1914 de geschiedenis inging als “Black Watch Corner”.

GR 128 verlaten

GR 128 verlaten aan de Herenthagestraat

Hill 62

Hill 62 werd zo genoemd omdat de top van de heuvel op circa 62 meter ligt. Ondanks de geringe hoogteverschillen was het een goede plaats om als observatiepunt te dienen. De geallieerde troepen konden vanaf hier de Duitse linies overzien. De linies in deze omgeving werden bemand door de Canadezen. Op 2 juni 1916 vanaf 8 uur in de ochtend bestookte de Duitse artillerie de Canadezen tot net na het middaguur, daarna werden ondergrondse mijnen tot ontploffing gebracht en volgde de aanval van de Duitse infanterie. De Canadezen werden over een linie van circa 1.200 meter teruggeslagen, vanaf Hill 62 (Duits: Tor Top) tot Mount Sorrel, een stuk zuidwaarts van Hill 62. In totaal wisten de Duitsers ruim een halve kilometer terreinwinst te boeken. De dag erna, 3 juni, werd een tegenaanval uitgevoerd. Deze leverde nauwelijks terreinwinst op. Enig nut was dat de Canadezen de eigen linies beter konden versterken tegen een nieuwe Duitse aanval, welke echter uitbleef.  Op 13 juni werd na hevig geallieerd artillerievuur Hill 62 terug veroverd op de Duitsers.

De kostprijs was hoog. In de omgeving van Hill 62 en Mount Sorrel vielen maar liefst 8430 Canadese verliezen (doden, gewonden, vermisten) te betreuren.

Voor de heuvel eindigt de ‘Canadalaan’ in een rotonde. ‘Maple Avenue’, de huidige Canadalaan, bestond tijdens de oorlog nog niet. Deze laan werd na de oorlog aangelegd op het tracé van de Britse tweede lijn, in functie van de begraafplaats en het Canadese gedenkteken. De weg is langs beide zijden met Canadese esdoorns beplant.

Op de heuvel staat een gedenksteen vervaardigd uit wit graniet, dat afkomstig is uit Stanstead (Quebec) en bijna 15 ton weegt. Het gedenkteken, naar ontwerp van P.E. Nobbs, wil een eerbetoon zijn aan alle Canadezen die hier in de omgeving gevochten hebben in 1916.

Vanaf deze heuvel is een panoramisch uitzicht op de omgeving mogelijk. Op de grond rond de gedenksteen zijn oriëntatiepunten aangebracht.

Bronnen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Hill_62

en: Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Canadese gedenksite Hill 62. In Inventaris Onroerend Erfgoed.  https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/201175

Sanctuary Wood

Het hier gesitueerde front is ontstaan in de nasleep van de tweede slag om Ieper. Van “Hill 62” tot “Mount Sorrel” hebben de Geallieerden er “hoogtedominantie” tegenover de Duitsers. Samen met The Bluff aan de Palingbeek (zie verder)  is het de enige plaats langs de Ieperboog waar dit het geval was.

Aanvankelijk vormde Sanctuary Wood een “vredige” uitwijkplaats aan de rand van Ypres Salient. Vanaf 1914 werden hier oudere soldaten samengebracht onder bevel van generaal Bulfin, die hen verzekerde dat zij in “sanctuary” waren en zonder zijn uitdrukkelijke toestemming nooit bij gevechten zouden worden ingeschakeld.

Vanaf 1915 verloor de beboste heuvel evenwel zijn originele functie toen hij steeds dichter bij de frontlinie kwam te liggen. In de maand mei van dat jaar was het Duitse leger reeds tot aan de oostelijke rand van het bos opgetrokken.

In de zomer van 1916 werden de linies aan geallieerde zijde bemand door Canadezen. Zij bezetten de linies van Hooge tot Sint Elooi.

Sanctuary Wood Museum

Het museum omvat, naast uitrustingsstukken en wapens, bewaard gebleven loopgraven en ondergrondse constructies.

“De loopgraven zijn redelijk goed onderhouden en ogen op het eerste gezicht zelfs een beetje steriel: de paden te platgetreden door moderne toeristen, de zijkanten van de loopgraven te glad.  Het heeft evenwel iets authentieks, en de brokken verroest metaal in de modder zijn echt: stukken van granaten, iets dat kennelijk een deel van een mortier is, de met modder en roest aangekoekte loop van een geweer waarvan de houten kolf allang vergaan is, de gedraaide ijzeren staken met prikkeldraad aan de rand van het terrein.”

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 92

Meer informatie op : http://www.hill62trenches.be/nl

Sanctuary Wood Cemetery en Gilbert Talbot

Op dit Britse militaire kerkhof ligt Gilbert Talbot begraven (plaats 1, rij G). Het Talbot House in Poperinge werd naar hem genoemd.

Hooge Crater Cemetery

Hooge

Hooge was gedurende de hele oorlog het toneel van felle strijd omwille van zijn hoogte en strategische ligging. Vlakbij stond het kasteel van de familie de Vinck, door de Britten “Hooge Chateau” genoemd. Bij een artillerie-aanval op het kasteel op 31 oktober 1914 kwam bijna de hele staf van de Britse 1ste en 2de Divisie om het leven. Voortaan werd het “White Chateau”, dichter bij Ieper, gebruikt als geallieerd hoofdkwartier. Vanaf 1915 ging het kasteel en zijn omgeving meermaals over naar de andere partij. Eind mei konden de kasteelruïnes nog verdedigd worden, begin juni werden ze door de Duitsers bezet. De stellingen van beide partijen lagen nu op nauwelijks 50 meter van elkaar. De Britten planden een tegenaanval halverwege juli, maar lieten eerst een mijnlading van 2200 kg ontploffen, tot dan toe de grootste mijnlading van de oorlog.

hooge-crater-1915

Er ontstond een krater met een doorsnede van 40 meter en een diepte van 6 meter met een vijf meter hoge kraterwand van opgeworpen aarde. De Britten raakten daarna bij de aanval echter niet veel verder dan deze ontstane krater, die voor beide partijen een gegeerde schuilplaats was. De Duitsers zetten bij de tegenaanval een nieuw wapen in, de vlammenwerper, en veroverden op 30 juli het kasteel. Op 9 augustus konden de Britten de krater en het kasteel weer heroveren.

Op de kasteelsite werd een nieuw landhuis gebouwd. In de jaren 20 werd de krater gevuld. Het kasteelpark ging later voor het grootste deel naar het pretpark Bellewaerde. De kraters in de tuin van het in Engelse cottage-stijl heropgebouwde landhuis dateren van 6 juni 1916, toen de Duitsers ondergrondse mijnladingen tot ontploffing lieten brengen.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Hooge_Crater_Cemetery

en https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/96107

Museum Hooge Crater en Instappunt Oost

Ter nagedachtenis van de gesneuvelden werd in de jaren twintig een kapel gebouwd. Na renovatie werd ze verkocht aan een privépersoon. Hij verzamelde een collectie wapentuigen, uniformen en uitrustingen van de vier verschillende legers die aan Eerste Wereldoorlog deelnamen. Opvallend zijn de levensgrote taferelen die het dagelijkse leven tijdens de oorlog weergeven. In het vroegere wijkschooltje is nu een themacafé ondergebracht waar men een collectie bewerkte hulzen (trench art) kan bewonderen.

Meer informatie over dit private museum : http://www.hoogecrater.com/index.php

Naast het museum is ook het Instappunt Oost gevestigd. Dit onthaalpunt in een oud schooltoiletgebouwtje is vrij toegankelijk. Er komen twee thema’s aan bod:

  1. De vorming van het front en de gebeurtenissen in het oosten van de Ieperboog: Een film met historisch beeldmateriaal toont hoe de nog intacte landschapsrelicten op de heuvel ‘Bellewaarde Ridge’ tot stand kwamen, en illustreert de frontvorming in het gebied, met aandacht voor alle relicten, monumenten en begraafplaatsen.
  2. De kasteelparken van de Ieperboog.

Vóór de oorlog was het buitengebied rond Ieper bezaaid met 45 kastelen en landhuizen, omgeven door parken. In de oorlog werden deze bijna allemaal vernietigd. Op vandaag zijn er nog vele sporen terug te vinden, alhoewel zeer verschillend van aard. Deze sporen worden geduid via een aantal infopanelen over de kasteelparken, voor de oorlog, tijdens de vernietiging en op vandaag.

Bron : http://www.toerismeieper.be

Bellewaerde Ridge

Deze heuvelrug werd Bellewaerde Ridge genoemd en was door het strategisch belang bijna de hele oorlog lang toneel van hevige gevechten, zowel bovengronds als ondergronds. Tot juni 1915 zou de heuvel nog enkele malen van kamp wisselen, waarna de frontlijn tot aan de Derde Slag om Ieper (1917) praktisch onveranderd bleef. Beide partijen groeven zich in en de gevechten werden vanaf dan vooral ondergronds gevoerd door het graven van tunnels om ondergrondse mijnen onder de stelling van de vijand te plaatsen. Er blijven niet minder dan 21 grote en kleine mijnkraters bewaard.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/R.E._Grave,_Railway_Wood

Gedenksteen Liverpool Scottish

Dit grafmonument was de sluitsteen van de voormalige inrijpoort van de kazerne van ‘The Liverpool Scottish’ (10th King’s Battallion) in Liverpool. Nadat hun kazerne werd afgebroken, werd de steen met het kenteken van de ’10th Bn Liverpool Scottish’ geschonken aan Stad Ieper. Op deze plaats verloren de ‘Liverpool Scottish’ op 16 juni 1915 bij een aanval ruim 400 man (waarvan ongeveer de helft doden).

R.E. Grave, Railway Wood

Dit Cross of Sacrifice geeft de plaats aan waar 1 officier en 11 manschappen van de 177th Tunnelling Company (Royal Engineers) omkwamen tijdens de ondergrondse oorlogvoering tussen november 1915 en augustus 1917. Daarom staan er geen grafzerken, maar zijn hun namen en regimenten op de basis van het Cross of Sacrifice gebeiteld. De begraafplaats werd opgenomen in de Inventaris van het Wereldoorlogerfgoed.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/R.E._Grave,_Railway_Wood

Flessenhalzen van rumkruiken

In de schrikdraad die de weide hier omzoomt zijn flessenhalzen van rumkruiken te zien.  Na de oorlog werden ze door de landbouwers als isolatoren gebruikt.  Rum werd onder de soldaten verdeeld om de angst en de pijn te bestrijden.  Na de oorlog waren dan ook overal rumkruiken te vinden.

Railway Wood of Begijnenbos

Omdat het Begijnenbos nabij de spoorlijn Ieper-Roeselare (de huidige Zuiderring) lag, noem-den de Britten het Railway Wood, de Duitsers hadden het over Eierwäldchen. Het bosje lag net binnen de Britse frontzone en was uitgebouwd als een ondergrondse schuilplaats met kwartieren voor duizenden soldaten en een medische post. Vanuit het bosje vertrokken vele tunnels tot onder het niemandsland en de Duitse frontlijn.

De scherpe bocht van de Oude Kortrijkstraat nabij het bosje ligt op de hoge berm van een der vroegste kraters op de Bellewaarde Ridge, de Leuthold of Bliss-krater. Die explodeerde op 25 september 1915 als start van een hevige Britse aanval, bedoeld als afleidingsmanoeuvre voor een grootscheepse Britse aanval nabij het Franse Loos. De Britten veroverden even de Bellewaardehoeve maar moesten zich ‘s avonds terugtrekken. De strijd eiste 1.600 mensenlevens. De krater werd in 1983 opgevuld. Railway Wood werd in de jaren 20 volgens zijn oorspronkelijke vorm herbebost.

Gully farm en Edmund Blunden

Op de Zuiderring die loopt over de bedding van de vroegere spoorweg Ieper-Zonnebeke wordt het niemandsland aangeduid door de herdenkingsbomen.  Daartegenover in noordwestelijke richting lag Gully farm.

In de vroege ochtend van 27 januari 1917 werd de 11e Royal Sussex, het bataljon van Edmund Blunden (meer informatie over de schrijver Edmund Blunden : https://en.wikipedia.org/wiki/Edmund_Blunden ) op deze plaats getroffen door een verwoestende Duitse inval. Duitse soldaten verlieten hun linies langs de spoorlijn en zochten beschutting in een duiker alvorens hun verrassingsaanval op het 11e Royal Sussex in te zetten. De groep bestond uit ongeveer veertig man.  Ze overweldigden de Britten alvorens terug te trekken naar hun eigen linies.

Deze Duitse aanval en de locatie ervan worden door Blunden beschreven in “Undertones of War”, in het Nederlands uitgegeven onder de titel: “Oorlogsgedruis”.

“The raiders had approached the British lines where our sentries could not see them, on the south side of the railway embankment, which marked our battalion boundary; then they had turned under the railway at a little culvert,  hitherto unnoticed, although only twenty yards ahead of our trench, now appeared painfully prominent”.

Blunden schreef over deze raid ook een gedicht.  Het werd vertaald door Herman De Coninck onder de titel Loopgravenslag bij Hooge. Met Hooge wordt hier niet de hiervoor beschreven locatie op de Meenseweg bedoeld maar wel de brede omgeving ervan.

Loopgravenslag bij Hooge

De rozenvingerige dageraad lag zich nog af te vragen
Welke belichting nodig was om het wijd-open zwijgen
Van dit land, deze zwijnestallen, dit godverlaten hier
Waarin alle ogen te kijken lagen achter een vizier,
Weer eens in welk beeld te krijgen,

Toen uit het zwart ineens àndere rose vingers
Allemaal naar hetzelfde doelwit wezen, die daar en deze
En deze, baf, baf, en andere vingers volgden, identieke
Waarna het zwart rood opspoot, en ofschoon de dood
Geen antwoord gaf, kwamen er alvast replieken

Op hetzelfde neer: op een stukje bodem, een voorschoot groot,
Waar een valse donder zichzelf leek uit te vinden.
Oost en west deden valse dageraden, waaiers van vuur en zij,
Open en weer dicht. Plagiaten van bliksems sloegen uit alle gaten
Die de westenwinden hadden opengelaten.

Wie had staan kijken, had in de loopgraaf die met zijn tien
Man het centrum van dit alles was, ogen kunnen zien
Die later nooit meer zouden weten wat ze zagen.
Het laatste appèl. “Wij? Waarom wij weer?
De laatste keer dat ze dat zouden vragen,

Toen eindelijk het echte ochtendgloren
Zich door deze vrieskou zou kraken
Durfde het de nieuwe molshopen van de dood
Bijna niet aan te raken. Het was bijna te horen
Hoe de vingers van de dageraad leken te strelen

Over de voorhoofden van een man of zes-zeven
Wier ogen het daaronder niet meer kon schelen
Of dit nu hemel was, dan wel de hel, laat staan
Het leven. En welke hand voor hun geboorte
Of na hun dood het licht had aan- of uitgedaan.

H. De Coninck vrij naar E. Blunden

 Ieperse vestingen

Deze vestingen omringen Ieper sinds de vroege middeleeuwen. De huidige structuur van de vestingen is gebaseerd op het werk van de Franse vestingbouwkundige Vauban, in opdracht van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV, in 1678. De huidige vorm is het resultaat van de ingrepen van de Nederlandse vestingbouwkundige Willem Lobrij (1773-1835) tussen 1815 en 1830. Vanaf 1852 werd de stad gedemilitariseerd en verdwenen de voorversterkingen. Ook ongeveer één derde van de hoofdomwalling verdween in deze tijd en werd vervangen door een afwateringsgracht met een rondweg aan de binnen- en de buitenkant van de stad, de huidige Wieltjesgracht.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Ieperse_vestingen

Ieper toerisme

Informatie over overnachtingsmogelijkheden: http://www.toerismeieper.be/