NIEUWPOORT – DIKSMUIDE

De rode lijn geeft het wandeltraject weer.  Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand : 26,1 km

Geografische beginpunt van het Westelijk Front, startpunt van de frontroute

Op deze locatie staat sinds 2014 het kunstwerk ‘De verzoening’ van zanger en beeldhouwer Willlem Vermandere. Het bevindt zich op het geografische beginpunt van het Westelijk Front van de Eerste Wereldoorlog. “Ik heb twee grote monolieten gemaakt met handen die metafoor zijn voor de geborgenheid, de verzoening” verklaarde Willem Vermandere.

Bron : http://cobra.canvas.be/cm/cobra/kunst/1.2114987

Meest noordelijke demarcatiepaal

Op het ogenblik van bezoek was de demarcatiepaal verwijderd door werken aan een ondergrondse parkeergarage op deze locatie. Volgens de Dienst Toerisme Nieuwpoort zal de paal na de werken teruggeplaatst worden.

Na de wereldoorlog vatte men het idee op om langs de frontlijn als herinnering een heirbaan aan te leggen, een idee dat echter niet realiseerbaar bleek. De Franse beeldhouwer en oud-strijder Paul Moreau-Vauthier ontwierp in de plaats daarvan gedenktekens om op grote wegen langs de oude frontlijn te plaatsen. Het idee werd uitgevoerd door de Touring Club de France en de Touring Club van België.

De demarcatiepalen (Frans: borne Vauthier) geven bij benadering aan tot waar het Duitse Westfront reikte tijdens de Eerste Wereldoorlog. In totaal werden 118 demarcatiepalen geplaatst in de jaren 20, van Nieuwpoort tot in de Elzas. Er zijn 96 van deze stenen bewaard gebleven.

Deze demarcatiepaal is de meest noordelijke, de meest zuidelijke staat in Altkirch bij de Zwitserse grens. Op de Hartmannswillerkopf in de Elzas staat de hoogst gelegen demarcatiepaal.  De oorspronkelijke tekst “Hier werd de overweldiger tot staan gebracht” werd door de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog verwijderd.   De demarcatiepalen op grondgebied Nieuwpoort werden in september 1991 opnieuw voorzien van de Nederlandstalige tekst en de jaartallen 1914-1918.

Maar hoe komt het dat de Duitsers tot hier konden oprukken ? Op 19 juni 1917 verving een afdeling van het Britse leger de Franse Division Grosetti in de sector Nieuwpoort. Bij de wisseling van de legereenheden, roken de Duitsers onraad en lieten stoottroepen van het Marinekorps een overval wagen op de badplaats, aan de overzijde van de IJzer, om krijgsgevangenen te nemen. Zodoende kwamen zij te weten wat er gaande was. Zij geraakten tot het punt in de Lombardsijdelaan, waar nu Demarcatiepaal 9 staat. De Duitsers werden echter wel teruggedreven tot over de havengeul.

Bronnen : https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/94484

en https://nl.wikipedia.org/wiki/Demarcatiepaal

GR IJzer volgen

Vanaf de Zeedijk kunnen we de signalisatie volgen van de GR IJzer die tot aan het ruiterstandbeeld Albert 1 samenloopt met de GR 5A. Ook in het volgende dagtraject vanaf Diksmuide volgen we de GR IJzer tot aan de Knokkebrug.

Strand en havengeul Nieuwpoort

De havengeul van Nieuwpoort voor 1914

Toelichting over de Slag bij de IJzer : zie IJzer

Ruiterstandbeeld van Albert I en bezoekerscentrum Westfront Nieuwpoort
Onder het 2500 m² grote terras van het monument werd een bezoekerscentrum uitgebouwd met 3 tentoonstellingsvleugels. Ook het geschilderde panorama van de IJzerslag in oktober 1914 van Alfred Bastien wordt op een doek van 115 meter lang en 14 meter breed geprojecteerd.

Meer informatie : http://www.nieuwpoort.be/nieuwpoort/view/nl/nieuwpoort/de_groote_oorlog/westfront_nieuwpoort

British memorial to the missing

Het monument telt 547 namen van Britse soldaten zonder bekend graf die bij het beleg van Antwerpen werden gedood in 1914 of in de verdediging van dit deel van het Westelijk Front van juni tot november 1917.

Aan de bovenkant staat een fragment uit het beroemde gedicht van Laurence Binyon “For the Fallen” :

They shall grow not old, as we that are left grow old:

Age shall not weary them, nor the years condemn.

At the going down of the sun, and in the morning,

We will remember them.

laurence-binyon

Laurence Binyon

Het volledige gedicht staat op : http://www.greatwar.co.uk/poems/laurence-binyon-for-the-fallen.htm

Bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Nieuport_Memorial

Uniebrug met monumenten

De Uniebrug is samen met de Schoorbakkebrug en de Tervatebrug een van de drie bruggen over de IJzer tussen Nieuwpoort en Diksmuide. Die andere twee bruggen liggen respectievelijk vier en acht kilometer verder stroomopwaarts in de richting van Diksmuide. Tijdens de Slag om de IJzer werd bij deze bruggen fel strijd gevoerd. De oprukkende Duitsers wilden de Kanaalhavens bereiken en wilden daarom half oktober 1914 de IJzer oversteken in Nieuwpoort, Diksmuide of via de drie bruggen. Op 19 oktober werd Sint-Joris bestormd en werd de Uniebrug door een explosie vernield. Ook de Tervatebrug en een paar dagen later de Schoorbakkebrug werden vernield. Op 24 oktober werd Sint-Joris op de linkeroever door de Duitsers ingenomen. Een paar dagen later viel de Duitse opmars stil door de onderwaterzetting van de IJzervlakte; Sint-Joris bleef net boven water en bleef tijdens de oorlog een Duitse voorpost op de linkeroever.

Naast de Uniebrug staan twee monumenten:

  • een standbeeld van een soldaat, als gedenkteken voor het 7de Linieregiment, dat onder meer hier zwaar had gestreden van 17 tot 23 oktober 1914.
  • een gedenkteken voor het 14de Linieregiment, dat tussen 22 en 24 oktober 1914 Sint-Joris had verdedigd, maar uiteindelijk ongeveer 900 man verloor.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Uniebrug

Schoorbakkebrug met herdenkingsplaten

Ook om de Schoorbakkebrug werd gestreden, net als bij de Unie- en Tervatebrug, tijdens de Slag om de IJzer. Al gauw moesten de Belgen de voorposten op de rechteroever achterlaten. Op 19 oktober werden de Uniebrug en de Tervatebrug vernield. De Belgen probeerden van 19 tot 22 oktober de Duitsers af te weren. Op 23 oktober kon Schoorbakke niet meer gehouden worden, werd ook de Schoorbakkebrug opgeblazen en trok men zich terug. Een paar dagen later werd de Duitse opmars uiteindelijk gestopt door de onderwaterzetting van de IJzervlakte.

Aan de brug hangen twee herdenkingsplaten die herinneren aan de strijd van oktober 1914. Een plaat herdenkt het 3de en 23ste Linieregiment, de andere plaat het 2de en 22ste Linieregiment.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Schoorbakkebrug

Tervatebrug met monumenten

De Tervatebocht, een bocht in de IJzer ter hoogte van Tervate, was een zwakte in de Belgische verdedigingslinies. In de bocht was men kwetsbaar voor vuur uit verschillende richtingen en bovendien viel hier de grens tussen twee Belgische divisies, namelijk de 1ste en 4de Divisie. Op 19 oktober 1914 werd de Tervatebrug door de Belgische genie opgeblazen om deze onbruikbaar te maken voor de Duitsers. In de nacht van 21 op 22 oktober slaagden de Duitsers er toch in de IJzer over te steken in de Tervatebocht. De volgende dagen werd hard gestreden, maar uiteindelijk moesten de Belgen zich terugtrekken tot in Stuivekenskerke en later tot achter de spoorwegbedding. Een paar dagen later viel de Duitse opmars stil door de onderwaterzetting van de IJzervlakte.

Nabij de Tervatebrug bevinden zich enkele oorlogsgedenktekens en -restanten:

  • 150 stroomafwaarts staat langs de IJzerdijk een gedenkzuil voor het 2de bataljon 1ste Grenadiers. Velen van hen sneuvelden tijdens een stormloop op 22 oktober 1914 in een poging de Duitsers te stuiten.
  • In beide oevers van de rivier zijn nog de restanten zichtbaar van de opgeblazen Tervatebrug. Een gedenksteen van de provincie West-Vlaanderen, opgericht in de jaren 80, met het opschrift “Tervatebrug 21-23 oktober 1914” herinnert aan de strijd.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Tervatebrug

Stuivekenskerke

Het dorp kreeg het zwaar te verduren in de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers probeerden van het westen over de IJzer de Belgische stellingen op de linkeroever in te nemen. De IJzerbocht ter hoogte van Tervate was één van de zwakke schakels. Op 19 oktober 1914 werd de brug er opgeblazen door het Belgisch leger. Drie dagen later slaagden de Duitsers er echter toch in de IJzer over te steken. Het Belgisch leger kon ze niet terugdringen, enkel tot stilstand brengen. De nacht van 22 op 23 oktober werd door Belgische officieren de kerk van Stuivekenskerke in brand gestoken, zodat de Duitsers deze niet als observatiepost zouden kunnen gebruiken. De volgende dag drongen de Duitsers echter verder door en bezetten verschillende hoeves. De nacht van 30 op 31 oktober werd de IJzervlakte door de Belgen onder water gezet, waarmee een eind kwam aan de Duitse opmars. De volgende vier jaar bleef het ondergelopen Stuivekenskerke verdeeld in een noordelijke deel met Duitse posten, en Oud-Stuivekenskerke met Belgische voorposten.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Stuivekenskerke

Oud-Stuivekenskerke

Tijdens de IJzerslag raakte de toren van Oud-Stuivekens beschadigd door artilleriegranaten. Toen de toestand er voor de Belgen hopeloos uitzag en ze zich tot achter de spoorweg hadden teruggetrokken, installeerde een Duitse infanteriecompagnie zich in de gebouwen van Oud-Stuivekens. Door de onderwaterzetting zagen de Duitsers zich genoodzaakt om zich oostwaarts terug te trekken. Er bleven slechts enkele Duitse posten op hoger gelegen plaatsen ten W van de IJzer over. Ook de toren van Oud-Stuivekens, samen met de omliggende huizen, stonden op een eilandje. De watervlakte was ongeveer zo’n 2500m breed.

Op 1 november, toen de Slag om de IJzer voorbij was, ontdekte een verkenningspatrouille van het Belgische 10de Linieregiment dat het gehucht verlaten was. Vanaf 3 november werd een voorpost ingericht. Op 23 november 1914 installeerde de 19-jarige onderluitenant Motz een grote wachtpost tussen de muren van een stukgeschoten gebouw bij de toren. Deze “Grand Garde 1”, ook wel “Grand Garde Sud” geheten, werd 1 van de 4 grote wachtposten aan Belgische zijde.

Artilleriewaarnemer Edouard Lekeux, een franciscaanse broeder, wou in december 1914 in de toren van Oud-Stuivekens een observatiepost inrichten. Via ladders tuurde hij vanuit de toren naar mogelijke vijandelijke activiteiten. De toren werd herhaaldelijk door vijandelijk geschut geraakt en werd nagenoeg onbruikbaar als observatiepost. Het geniebataljon van de 1ste Legerdivisie construeerde in 1916 een betonnen schuilplaats tussen de zijgevels van de toren. Via een mangat in het dak kon de bovenruimte bereikt worden, die fungeerde als mitrailleurs- en observatiepost. Naast de puinhopen van de hoeve kwamen 2 betonnen constructies: 1 voor de commandopost en 1 voor de hulppost. Tegen 1917 was de “Grand Garde Sud” uitgebouwd tot een complex van posten en postjes, loopgraven en verbindingsgangen, prikkeldraadversperringen en loopbruggen. De grote wachtpost kon een infanteriecompagnie herbergen en de omliggende kleinere voorposten, met waarnemings- en luisterposten werden van hieruit bemand.

Na de oorlog werd Edouard Lekeux weer franciscaan. Hij nam het initiatief tot de bouw van de gedenkkapel “Onze-Lieve-Vrouw der Zege”.

Stuivekenskerke

Belgische militairen bij de Onze-Lieve-Vrouwhoek

Voor de kapel staan 2 gedenkzuilen: links voor het 5de regiment Lansiers, rechts voor het 1ste en 2de bataljon Karabiniers-Wielrijders. Naast de kapel staat de versterkte torenruïne, met bovenaan de oriëntatietafel en de gedenkplaten voor Mardaga en Lekeux, vlakbij demarcatiepaal nr. 11.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Stuivekenskerke

en https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/96031

Locatie van de petroleumtanks

Op deze site zijn nu de oorspronkelijke petroleumtanks geïmiteerd (schaal ½). De reconstructie “Petroleumtanks 1914-1918” herinnert aan een stelling, van waaruit de Duitsers de Belgische stellingen bij de huidige “Dodengang” (zie verder) zwaar onder vuur namen. De “Petroleumtanks” waren immense reservoirs, die Diksmuide van petroleum moesten voorzien en die enkele jaren voor de oorlog waren opgetrokken. In de nacht van 23 op 24 oktober 1914, tijdens de IJzerslag, staken de Duitsers massaal de IJzer over en veroverden onder meer de hoeve “De Toren” en de woning en installaties van de “Petroleumtanks”. De Duitsers naderden Diksmuide op slechts 2 km. Om dit omsingelingsmanoeuvre te verhinderen, hadden de Franse marine-fuseliers (het bataljon “Rabot”) voor 24 oktober een aanval op de hoeve “De Toren” en de “Petroleumtanks” gepland. De marinefusiliers bezaten nog een bruggenhoofd aan de IJzer, bij kilometerpaal 16. In open veld waagden ze een aanval op de “Petroleumtanks”, maar de Duitsers staken de reservoirs in brand, waardoor de brandende petroleum de Franse militairen levend verbrandden. Na de brand bleef de linkse tank, hoewel met gaten doorboord, overeind. De andere tank was van zijn grondvesten losgeschoten en stond schuin. Ze boden de Duitsers een uitstekend uitzicht over de IJzervlakte en van hieruit konden ze de Belgische stellingen onder vuur nemen.

Petroleumtanks

De “Petroleumtanks” waren een doorn in het oog van de Belgische legerleiding. De Belgen poogden herhaaldelijke keren deze voorpost in te nemen, wat hen nooit lukte. Vooral de opeenvolgende aanvallen tussen 9 en 14 mei 1915 waren bijzonder bloedig en kostten vele mensenlevens. Als gevolg van de zware verliezen besloot de Belgische legerleiding om het over een andere boeg te gooien en te starten met de uitbouw van een naderingsgang vanaf kilometerpaal 16. Hieruit ontwikkelde zich gedurende de oorlog de loopgravenstelling “De Dodengang”.
Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Naamsteen Petroleumtanks 1914-1918 (Kaaskerke – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. Opgehaald van https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/94298

Loopgravenstelsel Dodengang

De Dodengang is het enige bewaarde Belgische loopgravenstelsel uit de Eerste Wereldoorlog. In 2014 is het bijhorende interpretatiecentrum volledig vernieuwd.

Dodengang

Na de Slag aan de IJzer bezetten de Duitsers nog enkele stellingen op de linkeroever van de IJzer. Een beduchte stelling waren de Petroleumtanks: van hieruit konden ze de Belgische stellingen in de bocht van de IJzer ter hoogte van kilometerpaal 16 onder vuur nemen. De Belgische 3de Legerdivisie ondernam in mei 1915 enkele bloedige aanvallen op de Petroleumtanks, maar tevergeefs. Bij deze aanvallen kon evenwel wat terrein op de vijand veroverd worden, dat niet verloren mocht gaan. Generaal-Majoor Jacquet van de 3de Legerdivisie besloot dat een sappe (= naderingsgang of “boyau”) moest uitgegraven worden langs de IJzerdijk. Een gevaarlijke klus, want de omgeving lag voortdurend onder vijandelijk geschut. Op 27 mei ontdekte men bovendien dat de Duitsers eveneens vanaf de Petroleumtanks begonnen waren te graven, zodat beide partijen elkaar naderden tot op enkele luttele meters. Vanaf juni 1915 werd de smalle en ondiepe greppel van ongeveer 350m lang ingericht tot een verbindingsgang: “Boyau de la mort”, wegens het heel gevaarlijke werk en de vele slachtoffers die er vielen. De boyau werd steeds meer als gevechtsloopgraaf (“tranchee”) gebruikt en ingericht: wanden werden verstevigd, er kwamen schietposten en schuilplaatsen, prikkeldraadversperringen. Het uiteinde van de Dodengang, slechts op enkele meters verwijderd van de Duitse stellingen, was geregeld het toneel van hevige Duitse aanvallen. In september 1915 werd gestart met de uitbouw van de “Ruiterschans”, een gevechtsstelling bestaande uit 2 evenwijdige loopgraven, waarbij de bovenste als een ruiter te paard boven de andere is aangelegd. De bovenste loopgraaf fungeerde als gevechtsloopgraaf, van waaruit men de beide IJzeroevers onder schut kon nemen. De parallelle loopgraven werden met elkaar verbonden via ladders en trappen. In juli 1916 werd een observatiepost geplaatst, bestaande uit sterke staalplaat, met een op de vijand gerichte kijkspleet en een periscoop, en verbonden met de bevelhebbers via telefoonlijnen. Het uiteinde van de Dodengang, dat met wolfijzers en prikkeldraadversperringen werd beschermd tegen de zeer nabije vijand, werd in 1917 uitgebouwd tot een oninneembare vesting, waar een vijandelijke indringer als een muis in de val zou zitten.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Loopgravenstelsel Dodengang (Kaaskerke – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. Opgehaald van https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/94217

Luchtfotot Dodengang

De Dodengang in 1917. In het midden van de foto situeert zich de bres in de IJzerdijk. Vanaf daar tot de onderkant van de foto bevindt zich de Dodengang.

De huidige site is een reconstructie : de zandzakken zijn vervangen door cement en de plankenvloeren door beton.

Praktische informatie op : http://toerisme.diksmuide.be/product/600/dodengang

Stiltepad

Op een oude kerkwegel is nu het nieuwe wandel- en fietspad aangelegd dat het kerkhof van Kaaskerke met de IJzerdijk verbindt. Deze nieuwe verbinding heet het Stiltepad. De route volgt ongeveer de ‘Verbindingsloopgraaf van de Hoop’ of ‘Boyau de l’Espoir’. Langs het pad is er een ruïne (een voormalige boerderij) geconserveerd en toegankelijk gemaakt.

Calvarieberg

Dit monument, een initiatief van de Brugse bisschop,. G.J. Waffelaert, werd in 1928 ingewijd door de bisschop, in aanwezigheid van prins Leopold en prinses Astrid. Merkwaardig is dat, om een onbekende reden, de gemeenteraad van Diksmuide beslist had op het stadhuis geen officiële ontvangst van de prinsen en de personaliteiten te organiseren, naar aanleiding van deze plechtigheid. Het monument was bedoeld als religieus monument voor alle aan de IJzer gesneuvelde geallieerde soldaten, maar ongetwijfeld ook als een concurrent voor de in opbouw zijnde IJzertoren.

Bron : Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Calvarieberg (Kaaskerke – WOI). In Inventaris Onroerend Erfgoed. Opgehaald van https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/94307

Toerisme Diksmuide

http://toerisme.diksmuide.be/

 

 

Advertenties