ABLAIN-SAINT-NAZAIRE – ARRAS

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand : 23 km

Souchez

“Er staat zelfs geen stukje muur, geen traliewerk, geen voorportaal meer overeind en verbaasd is men eigenlijk in de chaos van balken, stenen en ijzer bestrating te zien. (…). In sommige granaattrechters rotten opgezwollen en uitgestrekte paarden weg, in andere liggen de verpulverde resten van wat eens iets menselijk was “

Henri Barbusse, Le Feu: journal d’une escouade.  Paris, 1965 (1916) p. 201-2

Henri-Barbusse

Le Feu, had een enorm grote invloed en won de Prix Goncourt. Het boek beschrijft de ziekmakende omstandigheden rond Souchez. Bij het begin van de oorlog meldde Barbusse zich nog aan als vrijwilliger in de hoop hiermee bij te dragen tot het ontstaan van een socialistisch millennium. Maar hij kreeg al vlug meer erkenning als de eerste strijder die de dagelijkse horror van de oorlog in een boek beschreef.

Bron : S. O’Shea, Back to the front, New York, 1998, p. 72

Vimy

In oktober 1914 was de heuvelrug in Duitse handen gevallen bij de Race naar de Zee. Het 10de Franse Leger probeerde bij de Tweede Slag om Artois in mei 1915 de Duitsers uit de streek te verdrijven door hun posities op de heuvelrug van Vimy en de heuvel van Notre-Dame-de-Lorette aan te vallen. De Franse 1ste Marokkaanse Divisie kon de hoogte even veroveren, maar kon deze niet vasthouden door gebrek aan versterkingen. In september 1915 deden de Fransen bij de Derde Slag om Artois opnieuw een poging, maar zonder succes. Er vielen bij de Fransen meer dan 100.000 doden. In februari 1916 loste het Britse 17de legerkorps de Fransen in de sector af en oktober 1916 kwam het Canadese Korps in de plaats van de Britten.

In april 1917 werd een grootschalige Canadese aanval uitgevoerd, de slag om Vimy, bekend als de “Battle of Vimy Ridge”. Het was de eerste keer dat de vier Canadese divisies samen deelnamen aan een veldslag als een formatie. De aanval begon om 5.30 uur op paasmaandag 9 april 1917. De Duitsers werden teruggedrongen en de eerste objectieven werden de eerste dag al veroverd. De aanval werd verder gezet op 10 april en de meeste Duitse posities op de heuvelrug werden veroverd. Tegen de nacht van 12 april hadden de Canadezen de heuvelrug van Vimy stevig in handen. Aan Canadese zijde waren 10.602 slachtoffers gevallen, meer bepaald 3.598 doden en 7.004 gewonden.

De veldslag heeft een speciale betekenis voor Canada. Hoewel het niet de grootste militaire verwezenlijking van Canada was, gaf het beeld van nationale eenheid en succes de slag zijn belang.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Canadian_National_Vimy_Memorial

Evenals de andere Dominion-legers echter was het Canadese, hoewel uit vrijwilligers samengesteld (of misschien juist daarom), in menig opzicht veel moderner en efficiënter dan de Britse strijdkrachten, die in hun eigen 19e eeuwse professionalisme vastliepen. De verhoudingen waren ook aanmerkelijk democratischer. Manschappen werden niet voor dom kanonnenvoer aangezien, de doodstraf bestond niet (tijdens de oorlog werden door de Engelsen 346 man wegens lafheid en/of desertie in het veld terechtgesteld, bijna één om de vier dagen), noch werden mannen aan de vernederende lijfstraffen onderworpen die bij de Engelsen nog in zwang waren. Bovendien was he gebruikelijk dat Canadese (staf)-officieren het front bezochten om zich van de omstandigheden op de hoogte te stellen, terwijl de manschappen uitgebreid werden ingelicht over de plannen, tactiek en strategie. (…)

De slag om Vimy was onderdeel van een veel groter plan, waarbij in april 1917 de Fransen op de Chemin des Dames en de Engelsen bij Arras probeerden uit te breken. De Franse poging was een daverend fiasco, die van de Engelsen nauwelijks beter. Alleen de Canadezen slaagden in hun opzet en veroverden en behielden in een zware sneeuwstorm “Vimy Ridge” op 9 april 1917.(…)

Onder de hele heuvel liggen meer dan 35 km aan onderaardse gangen, waarvan sommige uit de 17e eeuw dateren Toen zochten de Hugenoten er beschutting. Tijdens de oorlog schuilden hier de Canadese solden, in een vochtige koude, voordat ze weer naar boven moesten””

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 126

Canadian National Vimy Memorial

Na de oorlog werd besloten in Europa een aantal herdenkingstekens op te richten op plaatsen die voor de Canadezen een rol speelden tijdens de oorlog. Men kwam uiteindelijk tot acht sites, vijf in Frankrijk en drie in België.

Het monument in Vimy werd ingehuldigd in 1936. Het staat op het hoogste punt van de heuvelrug, in de oorlog Hill 145 genoemd. Het bestaat uit een voetstuk met daarop twee hoge pylonen. De voorste muur is ruim 7 meter hoog en stelt een ondoordringbare verdedigingsmuur voor. Aan beide uiteinden van de muur bevindt zich aan de voet van de trappen een figuur, aan het zuidelijk einde de Breaking of the Sword, aan het noordelijk einde de Sympathy of the Canadians for the Helpless. Centraal staat bovenop de muur een beeld van een vrouw gehuld in een mantel, neerkijkend met gebogen hoofd. Beneden haar staat op de grond een sarcofaag met een helm en een zwaard. Deze vrouw is Canada Bereft of Mother Canada, een verpersoonlijking van de jonge Canadese natie die treurt om haar doden.

Centraal op het voetstuk van het monument staan twee pylonen, zo’n 30 meter hoog. De ene draag het esdoornblad van Canada, de ander de Fleur-de-Lys van Frankrijk. Bovenop de pylonen bevinden zich een aantal figuren. De voornaamste zijn Justice en Peace, met daaronder Hope, Charity, Honour en Faith aan de oostzijde en Truth en Knowledge aan de westzijde. Beneden tussen de twee pylonen bevindt zich de Spirit of Sacrifice.

Naast de trappen aan de achterkant bevindt zich een beeld van een treurend ouderpaar, een vader en een moeder, elk aan een kant van trap. Op de buitenmuur van het monument zijn 11.285 namen ingeschreven van Canadezen die sneuvelden in Frankrijk, maar wiens graf onbekend is.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Canadian_National_Vimy_Memorial

 

Canadian Cemetery No.2

De begraafplaats werd door de Canadese troepen aangelegd na de verovering van de Vimy heuvelrug op 9 april 1917. Heel wat slachtoffers van deze slag werden hier begraven maar de meerderheid is afkomstig van geïsoleerde graven en van gesneuvelden uit andere veldslagen in de omgeving. Zij werden tijdens de jaren na de wapenstilstand naar hier overgebracht.

Meer info : https://nl.wikipedia.org/wiki/Canadian_Cemetery_No.2

 

Bezoekerscentrum en loopgravenstelstel

De hele site is zo’n 100 ha groot en ligt op de grens van de gemeenten Vimy, Givenchy-en-Gohelle en Neuville-Saint-Vaast. Het terrein is een bewaard slagveld, een ruw terrein met kraters en onontplofte munitie. Het werd herbebost, maar is grotendeels ontoegankelijk voor de bezoekers wegens ontploffingsgevaar. Omdat het te gevaarlijk is om te onderhouden, wordt het begraasd door schapen.

Op de site werd ook een bezoekerscentrum ingericht.

Canadese vrijwilligers gidsen rondleidingen in de ondergrondse tunnels. De rest kan via gemarkeerde paden vrij bezocht worden.

Meer info op : http://www.greatwar.co.uk/french-flanders-artois/museum-interpretive-centre-vimy-memorial-park.htm

Slag bij Arras (1917)

 Van hieruit heeft men in het zuiden zicht op de stad Arras. Ook in deze omgeving werd hevig slag geleverd in 1917, maar zonder veel baten. Het Canadese succes bij Vimy buiten beschouwing gelaten, was de aanval een mislukking.

Ondanks dat de Britten veel geleerd hadden van de rampzalige 1 juli 1916, het begin van de Slag aan de Somme, werd de slag ook hier ingeleid met een vijf dagen durend artilleriebombardement. Hierdoor was de infanterieaanval geen verrassing meer voor de Duitsers.

Toch was dit effectiever uitgevoerd door de verbeterde verkenning en nauwkeurigheid met behulp van geluidstechnieken en de observatie van de flitsen van Duitse kanonnen terwijl die een granaat afvuurden. Het prikkeldraad liep veel meer schade op door speciaal daarvoor ontworpen hulzen.

De infanterie die moest aanvallen, werd verzameld in vooruitgeschoven loopgraven, saps genoemd. Hierdoor konden de vijandelijke loopgraven sneller worden bereikt.

Op 9 april 1917, tweede Paasdag, kwam de infanterie uit de loopgraven. De soldaten rukten 50 meter achter een effectief opkruipend spervuur op. Gifgas- en hoogexplosieve granaten werden door elkaar gebruikt om zo veel mogelijk schade te veroorzaken aan de Duitse verdedigingswerken.

Door de nieuwe flexibele offensieve tactieken rukte het Britse Derde Leger, rechts van de Canadezen, vijf kilometer op op de eerste dag. Ongeveer 9.000 Duitsers werden hierbij krijgsgevangen gemaakt. Het falen van de Duitsers die dag kwam doordat de troepen, die normaal gezien een tegenaanval zouden uitvoeren, te ver achter het front gestationeerd waren.

De leiding van het Britse Derde Leger, slaagde er niet in dit gunstige moment uit te buiten om een volledige doorbraak te bewerkstelligen, tot het te laat was. Op 11 april beval generaal Allenby, hoofd van het Derde Leger, een voortzetting van de opmars. De Duitse reserves waren echter al gearriveerd en konden de aanval afslaan. Bij Bullecourt, voorbij Arras in het zuiden,raakten de Australiërs in Somme-achtige toestanden verstrikt en leden hun grootste verliezen van de oorlog.

Boven in de lucht verging het de Britten ook niet goed: het squadron van Manfred von Richthofen en de nauwkeurige Duitse luchtafweer brachten het Royal Flying Corps zware verliezen toe.

Toch eiste veldmaarschalk Douglas Haig een voortzetting van de aanval, om de druk op de Fransen, die net het Nivelle-Offensief gelanceerd hadden, te verlichten. Er werd veel bloed vergoten tegen het einde van het offensief op 16 mei: de Britten telden 150.000 slachtoffers, de Duitsers ongeveer 130.000.

Roclincourt Valley Cemetery

Net voor de strijd rond Arras in 1917 lag Roclincourt binnen de Britse frontlijn. Van daaruit werd op 9 april 1917 door de 51st (Highland) en 34th divisions de aanval ingezet. Iets noordelijker voorbij de weg naar Lens, ontketende gelijktijdig de 1st Canadian Division een aanval. Op deze dag werd door de vechtende troepen de begraafplaats gestart.

Er liggen nu 605 Britten (waaronder 82 niet geïdentificeerde), 2 Canadezen (waaronder 1 niet geïdentificeerde), 2 Nieuw-Zeelanders en 22 Zuid-Afrikanen begraven.

Meer info : https://nl.wikipedia.org/wiki/Roclincourt_Valley_Cemetery

Bailleul Road East Cemetery

De plaats lag tijdens de oorlog aan het front en viel in 1916 in Britse handen. De begraafplaats werd gestart in april 1917. Na de oorlog werd de begraafplaats uitgebreid met graven die werden verzameld uit de slagvelden rond Arras. Ook graven uit een paar kleine ontruimde begraafplaatsen werden naar hier overgebracht, namelijk uit Northumberland Cemetery in Fampoux en een graf uit Lagnicourt “Soldiers’ Cemetery” in Lagnicourt.

Rosenberg

Tijdens de overbrenging van lichamen uit een massagraf in Fampoux in de jaren 20 kon het lichaam van Isaac Rosenberg niet formeel geïdentificeerd worden. Zijn grafsteen draagt daarom het opschrift “buried near this spot”. Isaac Rosenberg (Bristol, 25 november 1890 – bij Arras, 1 april 1918) was een Engels dichter en kunstschilder. Hij geldt in de literatuurgeschiedenis als een der belangrijkste getuigen van de Eerste Wereldoorlog.

Met Siegfried Sassoon, Wilfred Owen, Robert Graves en Rupert Brooke wordt hij tot de belangrijkste ‘ervaringsschrijvers’ van de Eerste Wereldoorlog gerekend. Hij was de enige van hen die diende als gewoon soldaat. Als kunstschilder is Rosenberg vooral bekend gebleven door zijn ruime hoeveelheid zelfportretten, waarvan er enkele te zien zijn in de National Portrait Gallery en Tate Britain te Londen.

Bron en meer info : https://nl.wikipedia.org/wiki/Isaac_Rosenberg

Aan de overkant van de straat bevindt zich het Deutscher Soldatenfriedhof Saint-Laurent-Blangy.

Deutscher Soldatenfriedhof Saint-Laurent-Blangy.

Het contrast met de Britse begraafplaats is opvallend. Waar het Bailleul Road East Cemetery, ontworpen werd als een perfect onderhouden Engelse tuin, is deze begraafplaats een lommerrijke rustplaats met een sterk natuurlijk karakter.

Het kerkhof werd één van de twee belangrijkste begraafplaatsen voor Duitse soldaten in de sector van Arras.   Meer dan 31.000 Duitse soldaten zijn hier begraven.

 Belfort van Arras

 Maximilien en Augustin Robespierre

Huis waar Maximilien en Augustin Robespierre verbleven bij hun grootouders nadat ze in 1917 wees waren geworden.

Meer info op : https://nl.wikipedia.org/wiki/Maximilien_de_Robespierre

Station van Arras

In 1872 werden Paul Verlaine en Arthur Rimbaud gearresteerd in de wachtzaal van het station wegens openbare dronkenschap.

Carrière Wellington

Arras werd gekozen als uitgangspunt voor een offensief in 1917. Om zoveel mogelijk soldaten zo dicht mogelijk bij het Duitse front te krijgen zonder argwaan op te wekken, laat het Britse leger tunnels graven door de New Zealand Tunnelling Company in de oude krijtsteengroeven onder de stad, ook wel de ‘boves’ genoemd. Het ondergrondse Arras wordt opgesplitst in twee gangenstelsels. Het gedeelte onder de wijk Saint-Saveur wordt bezet door de Schotten en de Engelsen, die de gangen vernoemen naar Glasgow, Manchester en Liverpool. De Nieuw-Zeelandse eenheden bivakkeren onder de wijk Ronville. Zij houden het op namen als Wellington, Auckland, Nelson. In het huidige museum Carrière Wellington worden de voorbereidingen van de Slag bij Arras en de leefomstandigheden van de soldaten die er hun ‘wachttijd’ uitzaten uitgebreid beschreven.

Op 9 april 1917 om 5:30 uur Engelse tijd, kruipen na een enorme explosie 24.000 soldaten uit de aarde en verrassen de eerste Duitse linies. Op hetzelfde moment gaan de Canadezen in de aanval op de heuvelrug van Vimy.

Adres: Rue Arthur Deletoille, 62000 Arras, Frankrijk

 Meer info op : https://www.arras.fr/fr/mes-loisirs/tourisme-patrimoine/la-carriere-wellington

Citadel Vauban

De Citadel, volgens de plattegronden van Vauban gebouwd tussen 1668 en 1672, is een mooi voorbeeld van de militaire bouwkunst uit de XVIIde eeuw. Rond het place d’Armes liggen kazernes, het arsenaal en een kapel in barokstijl die het geheel vervolledigen. Buiten de ommuring staat ‘Le Mur des Fusillés’, een monument ter nagedachtenis aan de 218 leden van het Verzet die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn neergeschoten in de grachten van de Citadel. De vestingwerken van Vauban, die deel uitmaken van de Citadel van Arras, en elf andere plaatsen, staan sinds 7 juli 2008 op de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Buiten de ommuring staat ‘Le Mur des Fusillés’, een monument ter nagedachtenis aan de 218 leden van het Verzet die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn neergeschoten in de grachten van de Citadel

Meer info : http://www.explorearras.com/nl/bezoeken/erfgoed.html

Faubourg d’Amiens Cemetery and Arras Memorial

Als de Britten de Franse soldaten aflossen in 1916 bestaat er al een militaire begraafplaats bij de Citadel in de Faubourg-d’Amiens. Deze Franse begraafplaats is tegenwoordig verdwenen, maar sinds 1916, nog vóór de Voorjaarsslag bij Arras, wordt de ruimte achter deze begraafplaats gebruikt door de Britten. Er rusten 2.650 soldaten uit de Gemenebest en enkele Duitse krijgsgevangenen.

Aan het begin van de begraafplaats staat het Arras Memorial, een herdenkings-monument met de namen van 34.785 Britse, Nieuw-Zeelandse en Zuid-Afrikaanse strijders die in deze slag omkwamen en wier lichamen nooit teruggevonden zijn. De namen van de Canadese vermisten staan op Vimy Memorial vermeld, die van de Australiërs op het monument van Villers-Bretonneux in de Somme.

 

Advertenties