CUINCHY – ABLAIN-ST.-NAZAIRE

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand van dit traject : 30,7 km.

De slag bij Loos

Van op deze locatie heeft men een goed zicht op de locatie van de slag bij Loos. Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de Britse soldaten over dit terrein zonder enige dekking in de richting van de Duitse loopgraven en versterkingen werden gestuurd. Na grote verliezen op de eerste dag zette generaal Haig de slag op de tweede voort met reservetroepen; de eerste eenheden vrijwilligers die, aangespoord door de minister van Oorlog, Kitchener, massaal dienst hadden genomen. Zij waren nauwelijks opgeleid en waren al drie dagen in de regen te voet onderweg vanuit St. Omer.

Nadat de aanvallen bij Neuve-Chapelle, Aubers en Notre Dame de Lorette (zie verder) geen doorbraak hadden gebracht, besloten de Geallieerden op aandringen van de Franse opperbevelhebber Joffre tot een nieuwe poging in de herfst van 1915: de Fransen zouden in Champagne bij Reims en weer bij Lorette aanvallen, de Britten in Artois, hier bij Loos.

Het plan ontstond een groot aantal troepen te laten aanvallen achter een “golf” van chloorgas. Dit was de eerste Britse gifgasaanval en tegelijk het eerste werkelijk grote Britse offensief aan het Westelijk Front.

Om kwart over vijf op de ochtend van 25 september was het vrijwel windstil : Haig gaf desalniettemin het bevel om door te gaan. De bij de cilinders geleverde sleutels pasten niet, zodat het enige tijd duurde voordat het gas eruit spoot, na enkele meters een dikke wolk in niemandsland vormde en langzaam terugdreef naar de Britse loopgraven. (…)

Verderop aan het front werden 900 Schotten van de King’s Own Scottish Borderers aangevoerd door het gehuil van de doedelzak : twee overleefden de aanval; een ander Schots regiment, de Black Watch, verloor alle officieren en 60 procent van de manschappen. In de herinnering aan Loos bleef één detail onuitwisbaar. Wekenlang was het slagveld bezaaid met dode Schotten, met omhoog gewaaide kilt en blotte witte billen (…)

De slag werd een grote mislukking. De Britten noteerden alleen al op 25 september 8.500 slachtoffers. In totaal verliezen ze 50.000 man, gesneuveld, gewond of vermist. Een belangrijk deel daarvan was afkomstig uit Schotse eenheden.

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 114 – 117

Richard C. Gale beschreef zijn terugtocht als een vreselijke nachtmerrie van modder, dood en vernietiging, en L.W. White zei over doden te hebben moeten lopen. Kortom: als rookgordijn ter verhulling van de Britse opmars had het gas waarschijnlijk nog wel enig effect, maar zeker is dat er die dag meer Britten dan Duitsers aan het geallieerde gas ten offer zijn gevallen. Onder de doden bevond zich de zoon van Rudyard Kipling, die daarna nooit meer oorlogsverheerlijkende poëzie zou schrijven en via seances zou proberen met zijn zoon in contact te komen.

http://www.wereldoorlog1418.nl/gasoorlog/gifgas.html#11

Na Loos raakten de generaals in een onverkwikkelijke ruzie verwikkeld over wie eigenlijk verantwoordelijk was. Sir Douglas Haig, getrouwd met een hofdame van de koningin en zelf vertrouweling van de koning, was in verreweg de beste positie om als winnaar uit de bus te komen. Door de koning persoonlijk te benaderen met kritiek op zijn sociaal en politiek veel minder handige meerdere, nog voor dat de publieke discussie losbarstte, wist hij voor elkaar te krijgen dat Sir John French werd ontslagen.

Door de fouten die zulke zelfingenomen generaals als Haig maakten, verloren tienduizenden het leven in de zwarte vlakte bij Loos.

Bron : C. en K. Brants, Velden van weleer : reisgids naar de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 1993, p. 119-120

Quarry Cemetery

Tijdens de Slag om Loos hadden de Britse troepen o.a. opdracht om de versterkte Duitse verdedigingslinies Fosse 8 en Hohenzollern Redoubt (zie verder) te veroveren. Daarbij vielen heel wat slachtoffers die in de vele begraafplaatsen in en om Loos en Vermelles werden begraven. Quarry Cemetery werd tussen juli 1915 en juni 1916 door de gevechtseenheden gebruikt om hun doden te begraven. Doordat de begraafplaats meermaals door artillerievuur werd beschoten konden de meerderheid van de graven niet meer teruggevonden worden . Op de begraafplaats ligt Fergus Bowes-Lyon. Hij was kapitein bij de Black Watch (Royal Highlanders) en broer van de Britse koningin Elisabeth (ook wel koningin-moeder genoemd). Hij sneuvelde op 27 september 1915.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Quarry_Cemetery_%28Vermelles%29

Hohenzöllern Redoubt

Hohenzöllern Redoubt was een belangrijke Duitse versterking. Het werd veroverd door de Britten maar op 3 oktober terug ingenomen door de Duitsers.

De Hohenzollers zijn naast de Habsburgers het belangrijkste Duitse vorstengeslacht. Ze leverden de Pruisische koningen en Duitse keizers. Burg Hohenzollern wordt voor het eerst genoemd in 1267. De Burg Hohenzollern is gelegen op een bergtop en heeft de allure van een sprookjeskasteel.

 St. Mary’s A.D.S. Cemetery en John KIPLING

Bij de Slag bij Loos was hier “St. Mary’s Advanced Dressing Station” (A.D.S.) ingericht, een medische post, waar gewonden eerste zorgen kregen. Na de oorlog werd er een begraafplaats ingericht, genoemd naar de medische post die hier tijdens de oorlog was gevestigd. Op de begraafplaats verzamelde men gesneuvelden uit de omliggende slagvelden. De meesten waren gevallen bij de gevechten van september en oktober 1915.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/St._Mary%27s_A.D.S._Cemetery

Op de begraafplaats ligt John Kipling begraven, de enige zoon van de Britse schrijver Rudyard Kipling. De schrijver, Nobelprijswinnaar in 1907, is in 1914 een voorstander van inmenging van het Britse Rijk in de Eerste Wereldoorlog. Zijn enige zoon John, aan wie hij in 1910 het beroemde gedicht ‘If’ (you’ll be a Man, my son) opdraagt, wenst, zoals zijn opvoeding hem ingeeft, ten strijde te trekken. John wordt eerst geweigerd op grond van zijn slechte gezichtsvermogen. Door toedoen van zijn vader wordt hij alsnog ingedeeld bij de Irish Guards. Al gauw, in september/oktober 1915, belandt hij in de door de geallieerden ontketende tweede slag om de Artois. Hij sneuvelt er op de leeftijd van 18 jaar tijdens zijn eerste aanval op 27 september. Zijn lichaam wordt echter nooit geïdentificeerd. Zijn vader Rudyard Kipling is ontroostbaar. Tot aan zijn dood in 1936 zal hij zich verantwoordelijk voelen voor het lot van zijn zoon en zoekt hij vergeefs in de omgeving naar zijn stoffelijke resten. Zijn gedicht My boy Jack uit 1915 begint dan ook met de hoopvolle vraag ‘Have you news of my boy Jack?’.De treffende woorden ‘Known unto God’, ‘Slechts bij God bekend’, op de grafstenen van onbekende Britse soldaten zijn van Rudyard Kiplings hand en dateren uit zijn periode bij de Imperial War Graves Commission. Men veronderstelt dat John in 1992 eindelijk gevonden is: op de begraafplaats Saint-Mary ADS Cemetery.

Bron : http://www.wegenvanherdenking-noordfrankrijk.com/themaroutes/het-front/dud-corner-cemetery-and-loos-memorial-loos-en-gohelle.html

Deze identificatie gebeurde op grond van het feit dat John Kipling de enige luitenant van de Irish Guards was, gedood of vermist in de slag bij Loos. Op basis van uitgebreid onderzoek echter wordt de geldigheid van deze identificatie sterk betwijfeld door de auteurs van het boek “ My book Jack ? : the search for Kiplings only Son”, Tony en Valma Holt.

My boy Jack

My Boy Jack is een toneelstuk uit 1997 geschreven door David Haig. Een verfilming voor televisie dateert van 2007, met David Haig in de rol van Kipling en Daniel Radcliffe als Jack Kipling.

My boy Jack 2

Ook op de volgende locatie “Loos Memorial to the Missing” staat de naam vermeld van Jack Kipling.

If any question why we died
Tell them, because our fathers lied

Rudyard Kipling

Als iemand vraagt waarom we stierven,
Zeg hen, omdat onze vaders logen.

Loos Memorial to the Missing

Het monument herdenkt 20.616 Britse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog die geen gekend graf hebben en sneuvelden aan dit deel van het front dat toegewezen was aan het First Army. Deze sector liep van de Leie tot de zuidelijke grens van hun actieterrein ten oosten en ten westen van Grenay. De meeste slachtoffers vielen bij de Slag om Loos in 1915 en de strijd om de Vimy heuvelrug in 1917. Doordat de beide frontlijnen vanaf 1915 bijna onveranderlijk bleven kon men de vele slachtoffers die in het niemandsland achterbleven niet meer bergen. Ook deze van latere gevechten die men voerde als afleidingsmanoeuvre voor de belangrijkste veldslagen aan de Somme en in de Westhoek bleven onaangeroerd liggen. De meeste doden konden dan ook bij de opruiming van het slagveld in 1919, mede door het totaal kapotgeschoten terrein, niet meer gevonden worden. Ook bij het geallieerde eindoffensief in 1918 waren heel wat vermiste slachtoffers te betreuren. Hun namen staan gebeiteld op de panelen aan de muren langs beide zijden van de begraafplaats. Aan de achterste zijde van het terrein zijn de panelen aangebracht in drie cirkelvormige en twee halfcirkelvormige ruimtes.

Twee vermisten die werden teruggevonden en definitief begraven.

  • John Kipling, zoon van Nobelprijswinnaar Rudyard Kipling. Geïdentificeerd in 1992 en begraven in St. Mary’s A.D.S. Cemetery.
  • Fergus Bowes-Lyon, broer van de Britse Koningin Elisabeth (Queen mother). Zijn oorspronkelijke begraafplaats werd in 2011 gelokaliseerd in Quarry Cemetery,

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Loos_Memorial

Double Crassier

Deze “terrils “ of steenbergen zijn de hoogste van Europa. De meest oostelijke is 188 m hoog, de westelijke 187 m. De laatste kan beklommen worden : op de top heeft men bij helder weer een zicht dat reikt tot aan de Kemmelberg.

Notre-Dame-de-Lorette

De Fransen noemen de heuvel « la colline aux 100.000 morts ». De herovering van deze heuvel door de Fransen kan moeilijk een definitieve overwinning genoemd worden: een heuvel in ruil voor 102.500 Franse doden !

Lorette

Op het plateau van deze heuvel, zo’n 165 meter boven zeeniveau, was in 1727 een kapel opgericht door schilder Florent Guibert na zijn bezoek aan het Italiaanse bedevaartsoord Loreto. Ze staat op de 18de-eeuwse Cassinikaart de kapel aangeduid als N.D. de Lorette. Na de Franse Revolutie werd de kapel in 1794 vernield. In 1815 werd de kapel herbouwd en in 1870 zelfs vergroot tot kerk. De plaats was lokaal een bedevaartsoord geworden

In het begin van de Eerste Wereldoorlog was de strategische hoogte bij de Race naar de Zee in Duitse handen gevallen. Het Franse 10de Leger bleef echter proberen het plateau weer in te nemen. Er werd zwaar gestreden om de vijf zuidelijke uitlopers in te nemen. Deze werden van west naar oost de Éperon Mathis, de Grand Éperon, de Éperon des Arabes, de Éperon de la Blanche Voile en de Éperon de Souchez genoemd en werden door de Duitsers stevig verdedigd. In de winter van 1914-1915 konden de Fransen onder leiding van generaal Maistre de eerste uitloper bezetten. Op 15 maart 1915 konden ze de Grand Éperon innemen en de volgende maanden ook de derde uitloper.

Op 9 mei 1915 begon de Tweede Slag om Artois, waarbij de Fransen probeerden de Duitsers terug te drijven uit de streek. Men probeerde onder meer de heuvelrug van Vimy, iets verder oostwaarts, te heroveren en ook de hoogte van Notre-Dame-de-Lorette wilde men terugnemen. Hiervoor moesten de laatste twee uitlopers worden veroverd en vervolgens de top van de heuvel, waar zich de kapel bevond. Men kreeg er echter te maken met een sterk uitgebouwde Duitse defensie, bestaande uit meerdere linies loopgraven, ijzerdraad en Friese ruiters, geflankeerd door mitrailleurs en fortjes. Van 9 tot 12 mei slaagden de Fransen er in de kapel te bereiken, na een strijd met zware verliezen. Men had echter nog steeds niet het hele heuvelmassief heroverd en de Duitsers behielden nog steeds verschillende posities. Het duurde tot 22 mei eer het massief door de Fransen was ingenomen. In het voorbije jaar waren zo’n 100.000 doden gevallen in de gevechten om de heuvel van Notre-Dame de Lorette. De Tweede Slag om Arras bleef door de Duitsers de Lorettoschlacht genoemd worden. Op de heuvel was in 1915 al een kleine begraafplaats ingericht. Na de oorlog besloot men deze plaats in te richten als herdenkingssite voor de gesneuvelden en de begraafplaats werd vergroot met Franse gesneuvelden die werden overgebracht uit meer dan 150 kleinere begraafplaatsen uit het front van Artesië, het IJzerfront en de Belgische Kust.

Een basiliek en een lantaarntoren werden hier opgetrokken in de jaren 20, naar ontwerp van de Rijselse architect Louis Marie Cordonnier.

De basiliek is opgetrokken in neobyzantijnse stijl. De glasramen en de fresco’s binnenin beelden oorlogstaferelen en de religieuze en vaderlandse geschiedenis van Frankrijk uit. De binnenmuren werden door familieleden en nabestaanden bekleed met herdenkingsplaten ter ere van gesneuvelde soldaten.

Ten zuiden van de begraafplaats staat het standbeeld voor generaal Maistre en bevindt zich een panoramatafel die uitkijkt over Ablain-Saint-Nazaire en het gebied ten zuiden van de heuvel. Vlakbij werd op 11 november 2014, ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, een herdenkingsmonument ingewijd: de Anneau de la Mémoire (ring van de herinnering). Hier zijn ongeveer 600.000 namen van gevallenen alfabetisch gegraveerd, ongeacht nationaliteit of rang.

Net ten noorden van de begraafplaats bevindt zich een museum, het Musée Vivant 1914-1918. Het museum toont een collectie met voorwerpen uit de oorlog en heeft ook een bewaard slagveld met militaire installaties.

Bron : o.a. https://nl.wikipedia.org/wiki/N%C3%A9cropole_nationale_de_Notre-Dame_de_Lorette

Ablain-St.-Nazaire

Overnachtingsmogelijkheid (situatie 2015)

Advertenties