ALBERT – LES SARS

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.  De gele markeringen geven de evolutie van de frontlijn aan.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand : 26,7 km

Wees voorzichtig
Om de eerste locatie te bereiken, moet gewandeld worden langs wegen die vooral in de ochtend druk kunnen zijn.

Dichters en schrijvers

In dit deel van het traject is er veel aandacht voor een aantal dichters en schrijvers. Eén van de redenen hiervoor, is de aanwezigheid van de 1e Royal Welsh Fusiliers (RWF) dat gerust een “dichters en schrijvers bataljon” mag genoemd worden.

Toen het 1e RWF in de omgeving van het iets verderop gelegen Bois Français aankwam, telde het onder zijn jonge officieren figuren als Siegfried Sassoon, Robert Graves en Bernard Adams; de eerste twee ontwikkelden zich na de oorlog tot belangrijke twintigste-eeuwse dichters. Bernard Adams boek Nothing of Importance werd gepubliceerd na zijn dood in 1917; hij brengt hierin verslag van zijn oorlogservaringen in het Bois Français.

Een uitvoerige beschrijving hiervan werd (in het Nederlands) gepubliceerd door Eric R.J. Wils onder de titel In de voetsporen van de Britse dichters/schrijvers Siegfried Sassoon en Robert Graves en is te consulteren op : http://wereldoorlog1418.nl/berichten/bois-francais/index.html

Citadel New Military Cemetery
Citadel New Military Cemetery bevat nu de graven van 379 Britse soldaten. Onder hen zijn er veel van de pre-Somme periode. Van bijzonder belang is het graf van Cpl R. O’Brien (III-F-17), 1 RWF. O’Brien werd in mei 1916 gewond en door Siegfried Sassoon teruggebracht uit een mijntrechter tegenover het Bois Français (zie verder). Sassoon werd hiervoor bekroond met het Military Cross. O’Brien, Sassoon’s metgezel, overleed aan zijn verwondingen op 26 mei 1916.

Bron : Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1713-1720). Pen and Sword.

Point 110 New Military Cemetery
Van de 1e RWF graven zijn er drie opmerkelijk; dat van Lt David Thomas, Lt David Pritchard en kapitein Mervyn Richardson, want zij alle drie stierven kort na elkaar binnen het tijdsbestek van enkele dagen.

Siegfried Sassoon en Robert Graves hadden een hechte band met de jonge David Thomas. Beide schreven hierover in hun memoires en poëzie. Thomas overleed op 18 maart 1916 op de leeftijd van 20 jaar; Pritchard overleed de volgende dag. Sassoon brengt verslag uitvan David Thomas ‘begrafenis in zijn memoires : “Tonight I saw his shrouded form laid in the earth with his two companions (young Pritchard was killed this evening also). In the half clouded moonlight the parson stood above the graves, and then everything was dim but the striped flag laid across them. Robert Graves, beside me, with his white whimsical face twisted and grieving. Once we could not hear the solemn words for the noise of a machine-gun along the line; and when all was finished a canister fell a few hundred yards away to burst with a crash.”

Sassoon Thomas
Siegfried Sassoon David Thomas

Sassoon, in het bijzonder was diep geraakt door David Thomas’ dood. Nacht na nacht ging hij mee op raids in de overtuiging hierbij zelf gedood te worden. Dit roekeloos gedrag leverde hem de naam ‘Mad Jack’ op onder de andere officieren van 1 RWF.

Bron : Reed, Paul,Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1740-1741). Pen and Sword.

Sassoon heeft drie gedichten gewijd aan de dood van zijn vriend David Thomas.
Uit A Letter Home (to Robert Graves) geschreven in mei 1916 komt het volgende fragment:

You and I have walked together
In the starving winter weather.
We‘ve been glad because we knew
Time’s too short and friends are few.
We‘ve been sad because we missed
One whose yellow head was kissed
By the gods, who thought about him
Till they couldn’t do without him.
Now he’s here again; I’ve seen
Soldier David dressed in green,
Standing in a wood that swings
To the madrigal he sings.
He’s come back, all mirth and glory,
Like the prince in fairy story.
Winter called him far away;
Blossoms bring him home with May.

Point 110 Old Military Cemetery
Van hieruit liepen communicatieloopgraven in de richting van het Bois Français. Vlakbij lag een versterkte stelling de zgn. Maple Redoubt. Dit was één van de betere versterkingen van de Britten, gevuld met voorraden en apparatuur, met ondergrondse schuilplaatsen die echt diep waren uitgegraven en gebruikt werden als bataljonshoofdkwartier. Bernard Adams schreef hierover : “We are in support in a place called Maple Redoubt, on the reverse slope of a big ridge. Good dug-outs, and a view behind, over a big expanse of chalk downs, which is most exhilarating . . . being on the reverse slope, you can walk about anywhere, and so we can see everything’

Vandaag is niets meer te zien van Maple Redoubt maar de tunnels en onderaardse schuilplaatsen moeten er zeker nog zijn.

Bron : Reed, Paul . Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1747-1754). Pen and Sword.

Gedenkteken voor een Frans soldaat
Dit zeer goed onderhouden privé-monument is het graf van de Franse soldaat François Henri Thomassin, die hier op 30 september 1914 overleed. Tussen de bomen en zeer dicht bij het graf kunnen loopgraven en granaatinslagen gaten worden gezien.

Bois Francais
In dit bos lagen in het begin van 1916 de Britse en Duitse loopgraven zeer dicht tegen elkaar, op sommige plaatsen zelfs minder dan 100 meter.

Bij de aanval op 1 juli 1916 werd hier succes geboekt door de Britten. De Britse troepen rukten op vanuit het Bois Français naar Fricourt. Op 3 juli waren Fricourt en Mametz ingenomen en was het Bois Français geen frontlijn meer.

Vandaag zijn de sporen van loopgraven en granaattrechters nog goed te zien.

Let wel, de hoger gelegen stellingen dateren uit de Tweede Wereldoorlog. Ze dienden voor afweergeschut voor de verdediging van het nabijgelegen vliegveld. Het bos is wel privaat bezit.

Locatie van de zgn. Kiel Trench
Op 25 mei 1916 werd een raid georganiseerd op Duitse posities in de omgeving van de zgn. Kiel Trench. Hierbij was Sassoons’s korporaal, O’Brien betrokken. De raid werd echter een mislukking. De groep werd teruggeslagen, er vielen vele gewonden waaronder O’Brien. Sassoon, verantwoordelijk voor een eventuele evacuatie, trok er op uit en vond O’Brien, zwaargewond op de bodem van een diepe krater. Sassoon ging bijkomende hulp halen, slaagde erin om O’Brien met een touw te omgorden zodat hij uit de krater kon geëvacueerd worden.

O’Brien overleefde zijn verwondingen echer niet. Hij werd begraven op de Citadel Cemetery (zie supra)

Voor zijn inzet ontving Sassoon het Military Cross.

Bron : http://www.1914-18.co.uk/sassoon/Bois%20Francais%202%20frame.htm

Devonshire Cemetery en de dichter William Noel Hodgson
Op dit kerkhof is het graf terug te vinden van William Noel Hodgson, officier in het 9th De-vonshires. Hij vervoegde deze eenheid in september 1914 en kreeg voor zijn inzet tijdens de Slag om Loos (zie het deel over Nord-Pas-de-Calais) het Military Cross. Zoals zo velen van zijn generatie was ook hij een ambitieus dichter die echter slechts bekendheid verwierf na zijn dood. Hij sneuvelde bij de aanval op Mametz,, hier vlakbij gelegen, op 1 juli 1916. “Before Action” van Hodgson, is wellicht het meest bekende gedicht van de hele oorlog. Hodgson voltooide het een paar dagen voor de aanval op Mametz. Gezien de grote risico’s die moesten genomen worden bij deze aanval, was hij om begrijpelijke redenen zeer fatalistisch. In de laat-ste strofe van dit mooie gedicht zinspeelde hij duidelijk op zijn eigen dood.
Hodgson
Before Action
by Lieutenant William Noel Hodgson, MC, 29th June, 1916
By all the glories of the day
And the cool evening’s benison
By that last sunset touch that lay
Upon the hills when day was done,
By beauty lavishly outpoured
And blessings carelessly received,
By all the days that I have lived
Make me a soldier, Lord.
By all of all man’s hopes and fears
And all the wonders poets sing,
The laughter of unclouded years,
And every sad and lovely thing;
By the romantic ages stored
With high endeavour that was his,
By all his mad catastrophes
Make me a man, O Lord.
I, that on my familiar hill
Saw with uncomprehending eyes
A hundred of thy sunsets spill
Their fresh and sanguine sacrifice,
Ere the sun swings his noonday sword
Must say good-bye to all of this; –
By all delights that I shall miss,
Help me to die, O Lord.
Na de inname van Mametz werden de lichamen van Hodgson en zijn strijdmakkers overgebracht naar deze plek. Op een houten bord stond :
‘The Devonshires Held This Trench, The Devonshires Hold It Still’.
In 1986 werd het bord vernieuwd.
Bron : Reed, Paul. Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1794-1801). Pen and Sword. Kindle Edition.

Zicht op Mametz

DSC_3000

Luitenant Noel Hodgson en de mannen van de 8th en 9th Devons moesten vanaf deze plek Mametz aanvallen op 1 juli 1916.

Mametz lag binnen de Duitse verdediging en bestond, zoals op de meeste andere plaatsen aan het front, uit drie hoofdsystemen van loopgraven verbonden met communicatieloopgraven. Mametz was een sterke positie, bijzonder moeilijk om aan te vallen.
De 8th en 9th Devons, die al gevochten hadden in de Slag om Loos in september 1915, vielen Mametz aan op 1 juli 1916. Het terrein was moeilijk en de troepen konden goed gezien wor-den vanuit Mametz waar machinegeweerposten hen opwachten. Kapitein Duncan Lenox Martin had voor de aanval een schaalmodel gemaakt van het slagveld en kwam tot de conclu-sie dat, wanneer de Duitse posities niet het zwijgen waren opgelegd door het voorafgaandelijk bombardement, zijn mannen gedoemd waren om te sneuvelen. Zijn voorspellingen kwamen uit : hijzelf en samen met hem vele anderen stierven onder het vuur van de Duitse machinege-weren. Mametz kon slechts ingenomen worden tegen een hoge prijs.
Een gedetailleerde beschrijving van de aanval is te lezen op : https://en.wikipedia.org/wiki/Capture_of_Mametz

The Shrine
Op de hoek van het burgerlijk kerkhof van Mametz was een positie met machinegeweren geïn-stalleerd door de Duitsers. De Britten noemden de positie “The Shrine”. Van hieruit is goed te zien hoe moeilijk het was voor de 8th and 9th Devonshires om over dit terrein aan te vallen. Het was hier dat Hodgson en Martin gedood werden. .
Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1808-1811). Pen and Sword.

Dantzig Alley Cemetery
Dantzig Alley was de naam die werd gegeven aan een Duitse loopgraaf die liep over wat nu de weg D64 is van Mametz naar Montauban. Het was de tweede lijn van de Duitse verdedi-ging die op 1 juli 1916 kon veroverd worden. Er liggen 2053 doden begraven waaronder 518 die niet meer geïdentificeerd konden worden.
Meer info op : https://nl.wikipedia.org/wiki/Dantzig_Alley_British_Cemetery

Queen’s Nullah
Een “nullah” is een uitgedroogde rivier. Het werd een hulppost wanneer de 38th (Welsh) Division ten aanval trok in noordelijke richting.

Death Valley & Mametz Wood
De vallei waar de 38th (Welsh) Divisie aanviel werd spoedig omgedoopt tot ‘Death Valley’ omwille van het hoge aantal slachtoffers. Slechts op 14 juli bereikten de overlevenden van de divisie de noordkant van het bos, de weg van Contalmaison naar Bazentin. Tegen dan telden zij nagenoeg 4.000 doden en gewonden. Het bos genaamd Nametz Wood werd een waar kerkhof.

Mametz Wood en Robert Graves
Schrijver en dichter Robert Graves die een aantal dagen na de aanval door het bos stapte en de gruwel aanschouwde, schreef hierover een gedicht. “ A Dead Boche”dat verscheen in zijn tweede boek “Goliath and David”.

Graves

A Dead Boche – Poem by Robert Graves
To you who’d read my songs of War
And only hear of blood and fame,
I’ll say (you’ve heard it said before)
”War’s Hell!” and if you doubt the same,
Today I found in Mametz Wood
A certain cure for lust of blood:

Where, propped against a shattered trunk,
In a great mess of things unclean,
Sat a dead Boche; he scowled and stunk
With clothes and face a sodden green,
Big-bellied, spectacled, crop-haired,
Dribbling black blood from nose and beard.

Meer info over Robert Graves : https://nl.wikipedia.org/wiki/Robert_Graves

Mametz Wood Memorial
De Mametz Wood Memorial herdenkt de rol die de 38ste (Welsh) Division speelde tijdens de Slag van de Somme. Het monument, opgericht in 1987 door de Welshe beeldhouwer David Petersen, is een grote Welshe rode draak op de top van een drie meter hoge stenen sokkel
Meer info : .http://en.wikipedia.org/wiki/Mametz_Wood_Memorial

Flatiron Copse Cemetery
Iets ten oosten van Mametz Wood lag een bosje dat door de Britse troepen Flatiron Copse (strijkijzer bos!) werd genoemd. Op 14 juli werd dit gebied veroverd waarna men er een verbandpost inrichtte. Later die maand werd er een begraafplaats aangelegd.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Flatiron_Copse_Cemetery

Monument Jean-Baptiste de Lamarck
Jean-Baptiste Pierre Antoine de Monet, (Bazentin-le-Petit, 1 augustus 1744 – Parijs, 28 december 1829) was een Franse natuuronderzoeker. Hij was een dierkundige en plantkundige die veel erkenning kreeg als autoriteit op het gebied van de ongewervelden. Zijn theorie over de overerving van eigenschappen, die een deel uitmaakt van zijn totale theorie over evolutie, wordt sinds de 19e eeuw het Lamarckisme genoemd.

Meer info op : https://nl.wikipedia.org/wiki/Jean-Baptiste_de_Lamarck

Bazentin-Le-Petit & Robert Graves
Op dit kerkhof werd Robert Graves op 20 juli 1916 geraakt door een splinter van een grafsteen die opsprong door een granaatinslag. Hij werd zwaargewond afgevoerd. Bij zijn ver-zorging werd zijn situatie als hopeloos beoordeeld. De bataljonscommandant had de zwaar gewonde Graves gezien, meende dat er geen hoop meer was en schreef een brief van medeleven aan Robert’s moeder. De aankondiging van zijn overlijden verscheen zelfs in The Times.
De volgende ochtend werden de doden uit de hulppost afgevoerd. Daarbij merkte iemand op dat Graves nog ademde. Onmiddellijk werd hij in een ambulance gezet en overgebracht naar een Clearing Station. Vandaar werd hij met een ziekentrein naar het ziekenhuis van Rouen gebracht. Na een langzaam herstel bracht hij verder de oorlog door in Engeland.
De zorgen werden verstrekt door verplegers van het Royal Army Medical Corps (RAMC). Sommige leden van dit korps hadden een zeer slechte reputatie. Zo beweerde men dat, wanneer de gewonden niet in staat waren zich te verzetten, een aantal verplegers er niet voor terugdeinsden bezittingen van de gewonden te stelen. Ook Robert Graves was hiervan het slachtoffer: al zijn persoonlijke bezittingen, met uitzondering van een ring aan zijn vinger, werden gestolen. Dat hij zijn ring kon houden werd toegewezen aan het feit dat hij te strak rond zijn vinger zat. Graves zei later dat de initialen ven het korps RAMC stonden voor voor “Rob All My Comrades”.
Bron : http://www.1914-18.co.uk/sassoon/graves%20at%20bazentin%20frame.htm

Bazentin-le-Petit windmolen & Frank Richards
Op deze hoogte stond destijds een windmolen. Men kan in de verte in noordoostelijke rich-ting High Wood en Longueval zien. Vanaf de 14de juli 1916 viel bataljon na bataljon aan om het hoger gelegen High Wood veroverd te krijgen. Het zou duren tot 15 september vooraleer dat doel bereikt werd. In de tussentijd stierven hier vele duizenden mannen Gedurende die twee maanden, werd bijna elk type van oorlogvoering uitgeprobeerd : een charge van de cava-lerie, frontale infanterie-aanvallen, vlammenwerpers, zelfs tanks werden hier ingezet.
De ruïnes van de Bazentin windmolen werden gebruikt tijdens de gevechten door artillerie waarnemers. Ze konden hun bijstellingen doorgeven maar ook andere berichten werden hier verzonden d.m.v. signalen. Eén van deze “signallers” was Frank Richards van 2e Royal Welsh Fuseliers, die later zijn ervaringen bij High Wood beschreef in één van de klassiekers over de oorlog “Old Soldiers Never Die”.

Bron : Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 2666-2675). Pen and Sword.

Richards

Crucifix Corner
Tijdens een charge van de cavalerie op High Wood was hier, tegenover het kruisbeeld, een hulppost ingericht. De Christusfiguur op dit kruis is nog het origineel, al werd het beschadigd door granaat- en kogelinslagen.
Bron : Reed, Paul . Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 2655-2662). Pen and Sword.

Locatie van High Wood

Mijnkraters naast het gedenkteken voor de 1st Cameron Highlanders
Naast het monument zijn met water gevulde mijnkraters te zien die zich op private eigendom bevinden. Ze dateren van 3 september 1916 toen hier mijnen tot ontploffing werden gebracht,ingegraven door de 178 Tunnelling Company Royal Engineers

London Cemetery & Extension
De oorspronkelijke begraafplaats werd door de 47th (London) Division aangelegd toen ze in september 1916 hun gesneuvelden in een grote granaattrechter begroeven. Na de oorlog kwam er een forse uitbreiding door de toevoeging van geïsoleerde graven uit de omliggende slagvelden, wat als de Extension wordt aangeduid. Ook een aantal soldaten die sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog werden hier begraven.
Meer info op : https://nl.wikipedia.org/wiki/London_Cemetery_and_Extension

Locatie van Duitse bunkers in Martinpuich
Martinpuich : school & gemeentehuis
De heropbouw van de school en het gemeentehuis van dit dorp werd gefinancierd door de City of London om de inzet van de London Division in de omgeving te herdenken.

Les Sars
Overnachtingsmogelijkheden (situatie 2015)