LES SARS – PERONNE

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties. De gele markeringen geven de evolutie van de frontlijn aan.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand : 27,9 km

Butte de Warlencourt
De Butte de Warlencourt is een oude grafheuvel, wellicht van Gallo-Romeinse oorsprong aangezien de Romeinse heirweg Albert-Bapaume vlakbij loopt. De Duitsers gebruikten de heuvel als uitkijkpost. Vanaf hier kon een observatie- officier de hele omgeving overschouwen. In dat opzicht domineerde de Butte het hele slagveld.

Er waren talrijke aanvallen op de Butte de Warlencourt, maar tevergeefs. . De Butte werd een obsessie. Iedereen wilde het. De kranten spraken al over een een ‘Miniature Gibraltar’. De Butte de Warlencourt werd echter nooit ingenomen tijdens de Slag van de Somme in 1916; de gevechten kwam er tot een einde op 18 november toen een sneeuwstorm het einde van de Somme inluidde. Gedurende de winter waren de Duitsers in staat om neer te kijken op de Britse lijnen in het dal voor de Butte. De Butte ging uiteindelijk over in Britse handen toen de Duitsers zich terugtrokken uit het gebied in het voorjaar van 1917, richting Hindenburglinie.

Bron : Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 2960-2977). Pen and Sword.

Zie ook : http://en.wikipedia.org/wiki/Attacks_on_the_Butte_de_Warlencourt#24_February_1917

L’Abbaye d’Eaucourt
L’Abbaye. Eaucourt was een grote boerderij die eeuwenlang bewoond werd door monniken. De Duitsers hadden de boerderij omgevormd in een sterke defensieve positie.

Flers : eerste succesvolle gebruik van tanks
Flers werd pas op op 15 september 1916 ingenomen door de Britten. Dat gebeurde in wat later bekend werd als de Slag om Flers-Courcelette, waarbij voor het eerst succesvol gebruik werd gemaakt van tanks. De tanks vertrokken net ten noorden van Delville Wood (zie verder), en het was tank D.16 die het dorp binnenreed rond 8:20, met de infanterie erachter. Nog drie andere tanks naderden de oostkant van het dorp. Het gebruik van tanks hier was zeer succesvol, in tegenstelling tot andere punten langs de lijn op dezelfde dag zoals bij High Wood.

Bron : http://www.ww1battlefields.co.uk/somme/flers.html

Zie ook: http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Flers%E2%80%93Courcelette

Mark I Flers
Mark I tank nabij Flers

Gedenkteken voor de 41ste divisie
De soldaat op het monument kijkt in de richting van de weg langs waar mannen van de 41ste divisie en tank D16 op 15 september het dorp naderden.

Bron : Reed, Paul (2011-07-12). Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe). Pen and Sword. Kindle Edition.

 D 197: de weg van de tanks
De weg van de tanks die op 15 september vanaf de rand van Delville Wood oprukten naar Flers.

“Vier van de succesvolle tanks ondersteunden de aanval van de 41ste divisie op Flers. Zij reden voor de infanterie Flers binnen, waarop de Duitse bezetters wegvluchtten. Iets noordelijker werkte de inzet van de tanks veel minder goed. Van de zes tanks die de Canadezen moesten helpen Courcelette te veroveren, hobbelden er twee achter de infanterie aan, die haar doelen al bereikt had voordat de tanks ter plaatse waren. De andere vier waren voordat ze ook maar iets konden doen al door Duitse granaten of door een mechanisch defect uitgeschakeld”.

Koen Koch, De Slag van de Somme, 1916, Antwerpen, 2006, p 154

Delville Wood
De Zuid-Afrikaanse Brigade werd toegevoegd aan de 9e (Schotse) Divisie na de Slag van Loos toen deze divisie vele slachtoffers telde. De Zuid-Afrikanen hadden nog gevochten tegen de Britten in de Boerenoorlog van 1899- 1902, maar in 1914 zag men in Afrika Duitsland als een grotere vijand. Na de verovering van Longueval op 14 juli werd de Zuid-Afrikaanse Brigade ingezet in Delville Wood. Ze veroverden de zuidelijke rand en verdreven de Duitsers naar de noordwestelijke hoek van het bos. De Zuid-Afrikanen groeven zich in en sloegen tegenaanval na tegenaanval af in de dagen nadien. De 1ste Zuid-Afrikaanse Infanteriebrigade verloor er 2,536 mannen.
Delville Wood is de meest betekenisvolle actie van de Zuid-Afrikanen op het Westelijk Front. Zoals de andere landen van de Commonwealth kozen de Zuid-Afrikanen een gedenkplaats in de buurt van het front en dat werd Delville Wood.

Bron : Reed, Paul,. Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 2253-2264). Pen and Sword.

“De Zuid-Afrikanen kregen de opdracht het bos in te nemen, at all costs. Op 15 juli gingen ze het bos in, 3153 man sterk. (…) Aanvallen werden in Delville Wood gevolgd door tegenaanvallen, zonder dat een van de partijen iets opschoot. De Zuid-Afrikanen konden slechts een klein deel van het bos bezetten, een stuk van één bij één kilometer hoogstens, en zochten hun toevlucht in de loopgraven die de Duitsers ontruimd hadden. Toen, in de avond van 17 juli namen de Duitsers hun toevlucht tot wat in het militaire jargon de vuurzak wordt genoemd. Alle eigen infanterie werd teruggetrokken en met een grote hoeveelheid artillerie, 116 stuks veldgeschut en meer dan 70 stuks middelzware en zware artillerie, begon een beschieting van het kleine stukje bos waar de Zuid-Afrikanen zaten. Zevenenhalf uur duurde dat bombardement, waarbij er soms vierhonderd granaten per minuut ontploften. Ook zij die het overleefden konden niet de woorden vinden om dit inferno te beschrijven. Tegen de avond van 20 juli strompelden 143 Zuid-Afrikanen het bos uit. Na verloop van tijd werden er uiteindelijk 780 overlevenden geteld. “

Koen Koch, De Slag van de Somme, 1916, Antwerpen, 2006, p 133-134

Zie ook : http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Delville_Wood

Laatste originele boom en loopgraven
Laatste originele boom, een haagbeuk (charme), die de oorlog overleefd heeft. In de omgeving hiervan, overblijfselen van loopgraven.

“De eiken komen uit Zuid-Afrika, natuurlijk, maar toch eigenlijk uiteindelijk niet. Ooit namen Hugenoten die Frankrijk in de zeventiende eeuw moesten verlaten eikenbomen mee naar Nederland, als aandenken aan hun land. Via Nederland kwamen sommige Hugenoten in Zuid-Afrika terecht, met hun eikenbomen. Een Europese oorlog bracht de Franse eiken ten slotte weer in Frankrijk terug”

Koen Koch, De Slag van de Somme, 1916, Antwerpen, 2006, p 134

Museum
Informatie over het museum op : http://www.delvillewood.com/

Gedenkteken voor Marsden-Smedley
George Futvoye Marsden-Smedley was een jonge officier die gedood werd in de buurt van Guillemont op 18 augustus 1916. Zijn lichaam werd nooit gevonden. Na de oorlog kochten zijn ouders dit stuk grond, in de buurt van waar hij het laatst gezien werd.

Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 3086-3095). Pen and Sword.

Ernst Jünger in Guillemont
Met zijn doolhof van ondergrondse tunnels, dugouts en betonnen schuilkelders, was Guillemont een ware vesting en quasi niet in te nemen zoals blijkt uit de talrijke mislukkingen van Britse aanvallen tijdens de maanden augustus en september 1916. De Duitse schrijver Ernst Jünger was hier met de 73e Fuseliersregiment uit Hannover. Zijn ervaringen zijn genoteerd in zijn memoires In Stahlgewittern. Aus dem Tagebuch eines Stoßtruppführers (1920). Daarin schreef hij het volgende over Guillemont :

Ernst Junger

Ernst Jünger als soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog

‘Het dorp Guillemont leek spoorloos van de aardbodem verdwenen; alleen een wittige vlek in het veld vol kraters gaf nog aan waar het krijtsteen van de huizen tot stof was vermalen. Voor ons lag het station, in elkaar gefrommeld als een stuk kinderspeelgoed, en verder daarachter het tot spaanders gehakte Bois van Delville. (…) Geen grashalm, hoe armzalig ook, kon mijn speurende blik ontwaren. Het omgewroete slagveld was gruwelijk. Dode verdedigers lagen tussen de levenden. Bij het graven van mangaten ontdekten we dat ze in lagen over elkaar heen gestapeld waren. De ene compagnie na de andere was, dicht opeengedrongen onder het trommelvuur standhoudend, neergemaaid, vervolgens waren de lijken bedolven onder de massa’s aarde die de projectielen opwierpen, en de aflossing had de plaats van de gevallenen ingenomen. Nu waren wij dus aan de beurt”

Bron : Ernst Jünger, Oorlogsroes, 2002 (vertaling van In Stahlgewittern), p. 115

Over Ernst Jûnger http://nl.wikipedia.org/wiki/Ernst_J%C3%BCnger

Maurepas
Het front van de Somme is door een noord-zuid lijn verdeeld tussen Amiens en Peronne. Boven Maricourt is het in handen van de Britten, onder situeren zich het zesde en tiende Franse leger. Op 18 augustus 1916 is er een de Franse aanval op Maurepas. Het dorp, de ruïnes die overblijven, worden ingenomen op de ochtend van 25 augustus.

Georges Duhamel, Frans schrijver brengt hierover verslag uit : “Il y avait eu quelques chose vers Maurepas ou Le Forest; c’était (…) un de ces épisodes qui n’arrachent pas toujours une ligne au rédacteur du communiqué.
Les blessés n’en affluèrent pas moins toute la nuit. Dès leur descente de voiture, nous les faisions pénétrer dans la grande tente. C’était un immense hall de toile éclairé à l’électricité. (…)
Les blessés qui pouvaient marcher étaient introduits à la file dans une sorte de couloir, entre deux rampes, comme on en voit à l’entrée des théâtres où la foule fait la queue. Ils avaient l’air ébloui et surmenés. On leur retirait leurs armes, leurs coutelas, leurs grenades; ils se laissaient faire, comme des enfants accablés de sommeil. Puis on les interrogeait. Le massacre européen veut de l’ordre. Une comptabilité minutieuse règle tous les actes du drame. Au fur et à mesure que ces hommes défilaient, on les comptait, on les couvrait d’étiquettes; des scribes vérifiaient leur identité avec la froide exactitude d’employés de douane. (…)
Dans un coin, on distribuait de la nourriture et des boissons. (…) Ils se tenaient sur un banc, timidement assis, comme des invités pauvres au buffet d’une fête. En face de ces hommes, il y avait une vingtaine de blessés allemands que l’on avait débarqués là, pêle-mêle. (…) Un fantassin qui se tassait de larges morceaux de bouilli entre les mâchoires dit tout à coup au cuisinier : -Ben quoi! Donnez-leur-z-y quand même un bout de barbaque! – c’est-y que tu les connais? plaisanta le cuistot. – Si je les connais, les vaches! On s’a cogné ensemble toute la sainte journée!”

Georges Duhamel, “Vie des Martyrs et autres récits des temps de guerre”, 1918, in Omnibus, 2005, p.203 et 204

Cimetière militaire français
Zie : http://fr.wikipedia.org/wiki/N%C3%A9cropole_nationale_de_Maurepas

Cléry-sur-Somme en Otto Dix
Hier werd zwaar gevochten in 1916 tijdens het offensief aan de Somme. Pas op 2 september 1916 kunnen de Fransen het dorp op de Duitsers veroveren.
De Duitse schilder Otto Dix was hierbij betrokken. Enkele werken van hem zijn te zien in het Historial de la Grande Guerre in Péronne.
Over Otto Dix : http://nl.wikipedia.org/wiki/Otto_Dix

Otto Dix

Otto Dix, Gesehen am Steilang von Cléry-sur-Somme, 1924, gravure, 35,3 x 47,5 cm, Historial de la Grande Guerre, Péronne

Aanval op Mont-Saint-Quentin 1918
De aanval op Mont Saint-Quentin was onderdeel van de geallieerde tegenoffensieven aan het westelijk front in de late zomer van 1918. Australische troepen staken de Somme over in de nacht van 31 augustus.

De hoge grond van de Mont domineert het gebied. Het was een belangrijk Duits militair bolwerk in de verdediging van de stad Péronne. Tijdens de ochtend van 1 september 1918 verzamelden de vier compagnies van het 21ste Australische Infanteriebataljon zich hier voor een aanval op Duitse stellingen op de Mont. Om 18:00 u kwam er een bericht van kapitein James Sullivan, bevelhebber van de compagnie, waarin hij zei dat ze de zuidelijke rand van Mont-Saint-Quentin bereikt hadden.Bron : http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Mont_Saint-Quentin

Gedenkteken voor de 2de Australische Divisie

 Historial de la Grande Guerre – Péronne
Informatie over het museum : http://www.historial.org/

Advertenties