MAILLY-MALLET – ALBERT

De rode lijn geeft het wandeltraject weer. Klik op de rode markeringen voor toelichting over de locaties.
Alle toelichtingen kunnen ook in de tekst hieronder gelezen worden. Die tekst bevat bovendien illustraties.

Afstand : 26,1 km

Auchonvillers : Ocean Villa Tearoom & Guest House
Overnachtingsmogelijkheid (situatie 2015) : reconstructie van een loopgraaf in de tuin & museum

Meer info op : http://www.greatwar.co.uk/somme/remains-trench-auchonvillers.htm

 Weg genomen door de dichter Edmund Blunden
Weg genomen door de dichter Edmund Blunden in september 1916 en beschreven in hoofdstuk 10 van “Undertones of War”.

Edmund Blunden, 1914

Edmund Blunden, 1914

Blunden schreef in dat boek :
“Oorlog is een oud bedrieger. Maar geen van zijn maskers en glimlachjes en schallende trompetten kan ons nog van de wijs brengen; oorlog is de weg door de graanvelden naar de begraafplaats van al wat goed is. De beste mensen, daar is hij speciaal op uit”

Edmund Blunden, Undertones of War, 1928, p. 34

 Locatie filmopname ontploffing van een mijn
Vanop deze plaats filmde Geoffrey Malins de ontploffing van een mijn op de zgn. Hawthorn Ridge bij het begin van het offensief op 1 juli 1916.

De opname is te zien op : https://www.youtube.com/watch?v=g8YfJmwY5Uo

Sunken Lane
Vanuit deze holle weg vertrokken de Lancashire Fusiliers bij de start van het offensief op 1 juli 1916. Ze werden onmiddellijk onder vuur genomen door de Duitsers. Daarbij werden 483 soldaten gedood of verwond.

Net voor de aanval werden ze in de holle weg gefilmd.

Zie : https://www.youtube.com/watch?v=3Sb7urnjEaE&noredirect=1

Karel Blenk, een Duitse infanterist die in de loopgraven tegenover de Sunken Lane lag, getuigde hierover als volgt :

“We waren heel verbaasd om ze kalm te zien wandelen, alsof ze naar het theater gingen, zoiets hadden we nog nooit gezien. Ik kon ze overal zien, ze waren met honderden. De officieren gingen voorop. Ik zag er een met een wandelstok in zijn hand. Toen we begonnen te vuren, hoefden we alleen maar te laden en te herladen. Ze vielen bij bosjes. Je hoefde niet te mikken, we schoten gewoon. Als ze gerend hadden, dan hadden ze ons overmeesterd. “

Geciteerd door Koen Koch, De Slag van de Somme, Antwerpen, 2006, p. 83

Kruis voor de 8th Argyll and Sutherland Highlanders
Dit grote kruis herdenkt niet de gebeurtenissen op 1 juli 1916 maar de vele slachtoffers, alweer, onder de 8th Argyll and Sutherland Highlanders. Ze sneuvelden in november 1916 toen men er, pas dan in slaagde om Duitse loopgraven in Beaumont-Hamel te veroveren.

Mijnkrater op Hawthorn Ridge
De mijnkrater op wat de Britten Hawtorn Ridge noemde is vandaag nog goed zichtbaar. De krater die geslagen werd door de ontploffing van 1 juli werd op 13 november 1916 nogmaals opgeblazen toen het dorp Beaumont-Hamel eindelijk veroverd werd. Voor de mijn van 1 juli gebruikte men nagenoeg 20.000 kg ammonal, voor de tweede 15.000 kg.

Hawthorn Ridge

Newfoundland Memorial Park
Deze herdenkingssite omvat een bewaard slagveld en een bezoekerscentrum. Een monument met een bronzen kariboe, het symbool van Newfoundland herdenkt 820 slachtoffers zonder eigen graf.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Newfoundland nog een Dominion van het Britse Rijk en behoorde het nog niet tot Canada. Bij het uitbreken van de oorlog rekruteerde het bestuur van Newfoundland een strijdmacht voor het Brits leger en kon een heel regiment worden gevormd. Op 1 juli 1916 kregen ook het Newfoundland Regiment en het 1st Battalion van het Essex Regiment de opdracht vooruit te trekken. Het Newfoundland Regiment kon echter niet oprukken door de loopgraven omdat deze werden geblokkeerd door gesneuvelden en gewonden en onder vuur werden genomen. Daarom besliste men om in formatie aan te vallen, over het slagveld. Zij waren zo de enige Britse troepen die oprukten en waren goed zichtbaar voor de Duitsers. Binnen de 15 tot 20 minuten na het verlaten van de loopgraven leed men dan ook zware verliezen. Van de 780 manschappen in de aanval bleven er slechts 110 ongedeerd en slechts 68 manschappen konden de volgende dag weer ingezet worden. 90% van het regiment was gesneuveld.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Beaumont-Hamel_%28Newfoundland%29_Memorial

Hawtorn Ridge cemetery nr. 2
Er worden 190 Britten en 24 Newfoundlanders (Canada) herdacht. De grote meerderheid van de slachtoffers sneuvelden op 1 juli 1916 bij de aanvang van de Slag aan de Somme.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Hawthorn_Ridge_Cemetery_No.2

Hunters cemetery
Dit cirkelvormig kerkhof was oorspronkelijk een massagraf dat in een oude bomkrater gemaakt werd na de inname van Beaumont-Hamel op 13 november 1916.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Hunter’s_Cemetery

51ST (Highland) division memorial
Vlakbij Hunters cemetery staat een gedenkteken voor de 51ste divisie die Beaumont-Hamel uiteindelijk kon innemen in november 1916

Y RAVINE
Deze diepe geul zou oorspronkelijk een oude steengroeve geweest zijn. Vanuit de geul liepen er tunnels naar de Duitse loopgraven. Een aantal Britse soldaten zou er in geslaagd zijn om op 1 juli 1916 door te breken tot hier, maar ze werden ofwel gedood of gevangen genomen. Ook deze plek zou pas in november 1916 veroverd worden.

Bron : Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 924-929), Pen and Sword.

Vlaggestok Beaumont-Hamel
Beaumont-Hamel dat op 1 juli ingenomen had moeten zijn, kon slechts veroverd worden op de Duitsers door de  51st Highland Division op de 13de November 1916.

Duitse observatiepost
Wat beton en staal, dat is wat overblijft van een voormalige Duitse observatiepost. Hij lag op de tip van een saillant ,door de Britten als The Pope’s Nose benoemd. De observatiepost gaf een goed zicht op de Britse linies in het bos van Thiepval. .

Bron : Reed, Paul, Walking the Somme – Second Edition (Battleground Europe) (Kindle Locations 1047-1049). Pen and Sword.

Ulster Tower
De Ulster Tower is een Noord-Iers monument dat de inzet herdenkt van de 36th (Ulster) Division. Het is een getrouwe kopie van de Helen’s Tower die op het domein Clandeboye Estate in Noord-Ierland stond waar de meeste soldaten van de Ulster Division hun training kregen vooraleer naar Frankrijk te vertrekken in 1916.

De Ulster Division werd ingezet om de nabijgelegen Schwaben Redoubt (zie verder), een Duitse versterking, aan te vallen op 1 juli 1916. Het aantal slachtoffers van de divisie op die eerste juli overtrof de 5.000.

Er is een drankgelegenheid naast de toren.

Bron en meer info : https://en.wikipedia.org/wiki/Ulster_Tower

Bos van Thiepval en de schrijver J.R.R. Tolkien
Tolkien, schrijver van o.a. De Hobbit, en In de Ban van de Ring, nam vrijwillig dienst in het Britse leger en werd tweede luitenant bij de Lancashire Fusiliers.

Van 4 tot 26 augustus 1916 en van 27-29 september 1916 was hij betrokken bij acties in het bos van Thiepval.

Tolkien

Hij kwam op 4 juni 1916 in Frankrijk aan. Hierover schreef hij later: “Jonge officieren sneuvelden er bij bosjes. Gescheiden te moeten zijn van mijn vrouw … ik ging eraan onderdoor.”

Tijdens de Slag aan de Somme was Tolkien verbindingsofficier. Na de slag bij Thiepval. kreeg hij last van loopgravenkoorts, een ziekte die werd overgedragen door luizen, waarvan het wemelde in de loopgraven.

Evening Standard

Evening Standard , 13 December 2001

Tolkien keerde op 8 november 1916 als oorlogsinvalide terug naar Engeland. Vele van zijn naaste vrienden, onder wie Gilson en Smith, waren gesneuveld. Jaren later zei Tolkien hierover verontwaardigd, dat degenen die zochten naar overeenkomsten tussen zijn boeken en de Eerste Wereldoorlog er volledig naast zaten. In het voorwoord van In de Ban van de Ring, schreef hij :

“Men moet werkelijk onder de schaduw van de oorlog raken om de druk ervan volledig te voelen; maar naarmate de jaren verstrijken, schijnt men nu vaak te zijn vergeten dat het geen minder nare ervaring was om in je jeugd door 1914 te worden gegrepen, dan om in 1939 en de volgende jaren bij de oorlog betrokken te raken. Tegen 1918 waren al mijn beste vrienden, op één na, dood.”

Bron en meer info over Tolkien : https://nl.wikipedia.org/wiki/J.R.R._Tolkien

Het bos van Thiepval is nu eigendom van The Somme Association en niet publiek toegankelijk.

Mill Road cemeter
De begraafplaats werd in de lente van 1917 aangelegd toen de Duitsers zich hadden terugtrokken tot aan de Hindenburglinie, waarna men het slagveld kon ontruimen. Bij de wapenstilstand bevatte de begraafplaats 260 graven maar ze werd daarna gevoelig uitgebreid met doden uit de slagvelden van Beaumont-Hamel en Thiepval.

Meer info op : https://nl.wikipedia.org/wiki/Mill_Road_Cemetery

Locatie van de zgn. Schwaben Redoubt
Een zeer volledige beschrijving in het Nederlands van de aanval van de 36ste Ulster Division op Schwaben Redoubt op 1 juli 1916, is te vinden op :

http://www.wereldoorlog1418.nl/somme/ulster.html

Thiepval
Thiepval was tot aan de Slag om de Somme in Duitse handen. Op 1 juli 1916 voerde de 36th (Ulster) Division een aanval uit, maar zonder succes en met zware verliezen.

Thiepval was één van de versterkte dorpen die door de Duitsers was bezet in 1916. Het dorp, op uitzondering van het kasteel,was vernietigd door de bombardementen voorafgaand aan het offensief van 1916. De kelders van de huizen waren goede schuilplaatsen en de meeste posten met machinegeweren waren intact.

De aanval op 1 juli 1916 was zonder succes en met zware verliezen.

Voor ze tot de aanval overgingen op 1 juli 1916 werden de soldaten van de 16th Battalion Northumberland Fusiliers (Newcastle Commercials) door hun generaal als volgt toegesproken:

“Je zal de loopgraven kunnen verlaten met een wandelstok, je zal geen geweren nodig hebben. Wanneer je Thiepval bereikt zal je er de Duitsers allemaal dood terugvinden, zelfs geen rat zal het overleven”

Geciteerd door Martin Middlebrook, The First Day on the Somme, London, 1977, p.97.

Zo overtuigd was men dat het bombardement door de Britse artillerie de Duitse linies zou vernietigd hebben voor de aanval.

Er werden geen verdere aanvalspogingen meer ondernomen tot op 26 september 1916 het dorp dan toch veroverd werd door de 18th Division. Het bleef door de geallieerde troepen bezet tot 25 maart 1918, toen het Duitse lenteoffensief losbarstte. Finaal werd het op 24 augustus 1918 veroverd door de 17th en de 38th (Welsh) Divisions.

Thiepval Memorial
Een oorlogsmonument, een paar honderd meter ten zuiden van het dorpscentrum van Thiepval. Het is een 45 meter hoge boog en herdenkt 72.191 vermiste Britse en Zuid-Afrikaanse soldaten. Het is het grootste Britse oorlogsmonument ter wereld. Het monument werd ontworpen door Sir Edwin Lutyens en opgetrokken in 1928-1932.

Bron en meer info: http://nl.wikipedia.org/wiki/Thiepval_Memorial

Er is nu een bezoekerscentrum. Meer info : http://www.historial.org/Champs-de-bataille-de-la-Somme/Thiepval/Centre-d-accueil-de-Thiepval

Bos van Authuille
In dit bos zijn nog overblijfselen van loopgraven terug te vinden.

Glory hole( Ovillers-la-Boisselle)
Op deze plaats, door de Britten met enige ironie Glory Hole genoemd, waren de frontlijnen bijzonder dicht bij elkaar. De tegenstanders maakten van kleine mijnen gebruik om wat terrein te winnen. De kraters zijn tot op vandaag nog goed in het landschap te onderscheiden. Op 1 juli 1916 was er geen aanval vanop deze locatie.

Bron : http://www.ww1battlefields.co.uk/somme/laboiselle.html

Lochnagar Crater
Deze krater met een diameter van 100 m en een diepte van 30 m is een gevolg van een Britse actie die daarmee de slag om de Somme inluidde. Op 1 juli 1916 om 7u29 lieten ze kort na elkaar twee ladingen ammonal ontploffen onder de Duitse linie. De eerste lading bevatte bijna 11 000 kg ammonal, de tweede ongeveer 13.500 kg. Brokstukken vlogen meer dan 1 km in de lucht. Diezelfde dag lieten de Britten op 16 andere plaatsen ladingen ontploffen.

De krater is sedert 1978 in bezit van de Engelsman Richard Dunning, die daarmee deze plek wil beschermen en vermijden dat de krater opgevuld en bebouwd wordt. Als gevolg van erosie is de krater thans minder diep. Lokaal wordt hij aangeduid als La Grande Mine.

Bron : http://nl.wikipedia.org/wiki/Lochnagar_Crater

Gedetailleerde info op : http://www.ww1battlefields.co.uk/somme/laboiselle.html

Museum Somme 1916 (Albert)
Naast de Basiliek Notre-Dame de Brebières. Het museum toont het leven van de soldaten (zowel van de Duitsers als van de geallieerden) in de loopgraven en meer bepaald de slag om de Somme.

In 1939 besloot de gemeente schuilkelders te bouwen waarvan in 1991 een deel werd gerestaureerd om dienst te doen als museum. Een vijftiental nissen en een aantal vitrines zijn ingericht in een ondergrondse gang van 230 m lang en 10 m diep die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst deed als schuilkelder. Ook arbeiders van een nabijgelegen vliegtuigfabriek (Potez) in Méaulte vonden hier beschutting tijdens luchtbombardementen.

Bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Museum_Somme_1916

Albert Office de Tourisme

Advertenties